Home

Een Ander Joods Geluid

Van immigranten tot bezetters

28-08-2009

Een ingezonden opiniestuk van Jaap Hamburger in het Nederlands Dagblad. Hetzelfde dagblad plaatste een reactie hierop (21 augustus 2009) van Harry Kney-Tal, ambassadeur van Israël in Nederland: ‘Ander Joods geluid’ negeert veel feiten.

 

Israël verdrijft Palestijnen op kousenvoeten

 

door Jaap Hamburger, 19 augustus 2009

 

De Joodse immigratie (tot 1946) had geen negatieve invloed op de omvang van de Arabische bevolking in het toenmalige Palestina, melden de onderzoekers Van Dalen en Verbon (Nederlands Dagblad 10 augustus). Het probleem van die invloed ligt volgens 'Een ander Joods geluid' echter vooral in de 63 jaar erna.

 

Op 10 augustus maakte deze krant gewag van onderzoeksconclusies over de Joodse immigratie tussen 1922 en 1946 in het door de Engelsen bestuurde mandaatsgebied Palestina. Die immigratie wordt door de onderzoekers Van Dalen en Verbon 'de kern van het conflict tussen Joden en Arabieren genoemd', 'de basis van een bittere en tot op heden doorgaande strijd'. Ik ben het met die stelling oneens.

 

Niet de immigratie van weleer, maar de bezetting van vandaag de dag maakt het conflict 'bitter'. De Joodse bevolking van Palestina in 1948 bedroeg ongeveer zeshonderdduizend zielen. Er woonden twee à drie keer zoveel Palestijnen: moslims, christenen en niet-gelovigen. Ten gevolge van de oorlogshandelingen tussen de joodse strijdkrachten en de Arabisch/Palestijnse strijdkrachten van 1947 tot 1949, zijn rond de 750.000 Palestijnen verdreven en gevlucht, meer dan de toenmalige voltallige Joodse bevolking.

 

Rond 175.000 Palestijnen - volgens sommigen nog veel meer - waren al weg voor het uitroepen van de Israëlische onafhankelijkheid op 14 mei 1948. Het aantal van 750.000 staat op dit moment niet meer ter discussie; wèl de vraag of er van Joodse zijde een actieve doelbewuste politiek van etnische zuivering is gevoerd, dan wel of het vertrek van zoveel Palestijnen de consequentie is van het 'natuurlijk verloop' van een oorlog. Ruim vijfhonderd Palestijnse steden en dorpen zijn ontvolkt.

 

Eenmaal weg, werd Palestijnen na beëindiging van de vijandelijkheden terugkeer naar hof en haard op allerlei manieren onmogelijk gemaakt, vaak doordat hun woonplaatsen meteen verwoest waren. Dat was strijdig met het internationaal recht en heeft juist niet te maken met het verloop van een oorlog, maar met doelbewuste obstructie van herstel van de status quo.

 

Honderdduizenden Palestijnen kwamen terecht in vluchtelingenkampen in Gaza, op de Westelijke Jordaanoever en in de buurlanden. Tijdens de juni-oorlog van 1967, toen Israël Gaza en de Westoever bezette, vluchtten velen van deze mensen opnieuw, en opnieuw werd hun terugkeer verhinderd. Op langere termijn is de Arabische vrees verdreven te worden, dus maar al te zeer uitgekomen.

 

Geplet

De situatie van de Palestijnen onder bezetting is er sedertdien ook niet beter op geworden. In Gaza worden anderhalf miljoen mensen geplet tussen de hamer van oorlog en een internationale boycot, en het aambeeld van een Hamas-bestuur, met desastreuze gevolgen voor hun fysieke en mentale welbevinden. 'Groot-Jeruzalem' is meer dan bezet, het is in strijd met het internationale recht door Israël zelfs illegaal geannexeerd.

 

Er worden aan Palestijnen vrijwel geen bouwvergunningen afgegeven, er wordt amper in hun openbare voorzieningen geïnvesteerd, in schril contrast met de investeringen voor Joodse inwoners. Ondoorgrondelijke pasjesregelingen maken van Palestijnse inwoners opeens illegale dwaalgasten in eigen stad, of beletten familiebezoek van buiten. Huisverwoestingen en huisuitzettingen na dubieuze processen zijn aan de orde van de dag; kolonisten nemen de leeggevallen huizen in.

 

Archeologische opgravingen worden in mijn ogen gebruikt als schaamlap om sloopvergunningen voor Palestijnse woningen te verstrekken. Jeruzalem is onder de oppervlakte een stad vol intense spanning en schrijnende ongelijkheid.

 

Grootschalige en per definitie illegale 'nederzettingen' - beter satellietsteden te noemen - om Jeruzalem heen grendelen de stad af van het Palestijnse achterland, de Westelijke Jordaanoever. De daar gelegen vruchtbare Jordaanvallei is feitelijk zo goed als afgesloten voor Palestijnse boeren; betreden en grondgebruik worden zoveel mogelijk tegengewerkt.

 

Speelgrond

Zelfs het egaliseren van een stukje grond voor een speelveldje voor de jeugd wordt door de militaire commandant ter plaatse verboden, ik heb het met eigen ogen gezien. Net als het veld waar de juist geplante tere olijfbomen weggehaald zijn door het militaire bestuur. 'Nu doen wij het nog, maar als u nieuwe zet, worden ze op uw kosten gerooid', was de boodschap aan de Palestijnse boer.

 

Elders wordt zonder pardon een kleinschalige nederzetting gebouwd voor Russische immigranten; de Palestijnse grondbezitter is pardoes een derde van zijn grond kwijt, en vlak langs zijn landerijen liggen rollen scheermesdraad klaar en is het terrein geasfalteerd: het annexatiehek is in aantocht, om de nieuwe nederzetting te beschermen. Achter de heuvel staat het al.

 

Bij de afslag naar het Palestijnse gehucht hebben de Israëlische autoriteiten een ononderbroken witte streep over de weg gekalkt: wie die afslag neemt, krijgt een verkeersboete, meteen te voldoen.

 

'Moderne' etnische verdrijving werkt niet met de bajonet, die gaat op kousenvoeten: maak de Palestijnen leven, werken en geld verdienen, reizen en recreëren onmogelijk, en zij vertrekken 'uit vrije wil'. Wie blijft, vervalt in armoede, wie zich verzet is een terrorist.

 

Hier heersen verschillende regimes voor de bewoners van eenzelfde gebied, dat is de indruk die zich onontkoombaar aan de reiziger opdringt. De immigranten van toen zijn de bezetters van nu: dat heet kolonialisme. Dit onrecht is onverdraaglijk.

 

Jaap Hamburger is voorzitter van 'Een Ander Joods Geluid'.

link

Bron: Nederlands Dagblad