logo

Gastblog: Verbondenheid versus rechtvaardigheid

22-06-2015 12:59

De plannen van de Amsterdamse burgemeester Van der Laan om de banden tussen Amsterdam en Tel Aviv in de vorm van een stedenband te versterken worden gedwarsboomd door protesten. Vorig jaar werd voor het eerst door het CDA een formele stedenband voorgesteld, maar de bestendiging werd uitgesteld vanwege de Israëlische aanvallen op Gaza. De burgemeester heeft nu ook een band met Ramallah toegevoegd om de kans op goedkeuring te vergroten. Vanuit Groningen klonk hevig protest tegen de stedenband: de stad is namelijk met Tel Aviv verbonden geweest, maar heeft die relatie in het licht van de mensenrechtenschendingen in Israël beeïndigd. Het zou niet goed zijn als Amsterdam deze geschiedenis negeert. Een petitie op change.org haalde deze week meer dan 2000 handtekeningen op.

Op donderdagavond 18 juni kwam de Amsterdamse gemeenteraad bijeen om de kwestie te bespreken. Buiten demonstreerden ruim 200 mensen, veel van hen van jeugd- en internationale socialistengroepen, anderen van antiracistische groepen en organisaties die zich bezighouden met rechten van asielzoekers. Binnen was de publiekszaal volgepakt. Belangrijkste vraag was of de linkse partijen (SP, GroenLinks, Partij voor de Dieren en Partij van de Arbeid - de partij van de burgemeester) de stedenband zouden steunen. ROOD, de jongerenorganisatie van de SP, had een oproep op hun Facebook-pagina geplaatst tegen de stedenband. De SP - die verschoven leek te zijn sinds afgelopen zomer en de stedenband nu wel wilde ondersteunen - eiste dat ROOD het bericht zou verwijderen van hun pagina. ROOD verwijderde het, maar later werd het opnieuw geplaatst: de censuur van de SP  bleek onhoudbaar.

Al deze maatschappelijke "ruis" en aandacht betekenden dat een gemeentelijk besluit, waarvan de  burgemeester hoopte dat het nu genomen en afgesloten kon worden, zeer omstreden en hinderlijk werd. Het is een strijd die het niet waard is om publiekelijk voor te vechten. Zelfs binnen zijn eigen Partij van de Arbeid mist het adequate steun.

In een notendop zien we hier twee cruciale ontwikkelingen van de afgelopen vijf jaar. De eerste is de opkomst van een brede internationale coalitie die in toenemende mate en met toenemend effect mensen kan mobiliseren voor de rechten van Palestijnen en tegen het Israëlische geweld, de bezetting en discriminatie. De tweede is een daling van de steun voor Israël onder die mensen die niet specifiek geneigd zijn op te staan voor de rechten van Palestijnen. Deze laatste trend is net zo belangrijk als de eerste. Het is minder tastbaar omdat het niet een beweging als zodanig is, maar eerder een verschuiving in de gevoelswaarde, warmte voor en identificatie met Israël. Dit gebeurt heel subtiel, één voor één voor één. Mensen die zich eerder genoodzaakt voelden om Israël juist te verdedigen, keren zich langzaam af van het land.

Deze verschuiving in gevoelswaarde verklaart de beschuldiging die ik kortgeleden hoorde na het debat aan de Vrije Universiteit (dat ik voorzat) over de vraag of de universiteit een academische boycot van Israël moet instellen. Een pro-Israëlische vrouw, die tijdens het debat heel boos was – zodanig dat het voor iedereen duidelijk was dat ze op het punt stond om te vertrekken – zei tegen mij: "Wat voor soort debat was dit? Dit was geen debat! Er was niemand voor Israël in het panel!" Ik corrigeerde haar en zei dat dit geen debat over Israël was, maar over de vraag van een Israëlische academische boycot: er waren twee panelleden voor een boycot en twee tegen. Pas later begreep ik eigenlijk wat zij bedoelde: er was inderdaad niemand in het panel die de acties van Israël als zodanig verdedigde. Iedereen was het erover eens dat er een probleem was, dat het geweld van Israël verkeerd is. Het debat ging daar niet over. Het debat ging alleen over de vraag of een academische boycot effectief zou kunnen zijn om Israël te bewegen haar beleid te veranderen.

Die stem, de stem die in het openbaar trots wil opkomen voor Israël, is snel aan het verdwijnen. En deze ontwikkeling is net zo belangrijk als die vóór een boycot of vóór Palestijnse mensenrechten.

In de gemeenteraadsvergadering was er eenzelfde dynamiek: de burgemeester gaf dezelfde argumenten als die aan de VU tegen de boycot ter tafel werden gebracht, grofweg samengevat dat "alleen door in contact te zijn met Israël en door aan dezelfde tafel te zitten, kunnen we de kwesties benoemen die aan de orde gesteld moeten worden over Israëls acties."

Steeds minder Nederlanders geloven echter dat Israël openstaat voor dialoog en verandering. Ze zien de rechtse radicalisering van de regering; ze zien het brute geweld en de schending van mensenrechten. Zozeer dat Israël als politiek onderwerp steeds meer besmet is geraakt en dat diegenen die pro Israël zijn in ons publieke domein een krimpende minderheid zijn geworden. Een subtiele, vitale verschuiving - soms tergend langzaam en zonder bombarie of tromgeroffel, maar wel met groeiend effect. Zelfs de populistische, conservatieve krant De Telegraaf, geen groot fan van de pro-Palestijnse activisten, rapporteerde in relatief neutrale bewoording over de gebeurtenissen.

In zijn wekelijkse Metro column, vertelt Burgemeester van der Laan “We willen recht doen aan zowel de Amsterdammers die zich verbonden voelen met het Joodse volk, als aan degenen die zich verbonden voelen met de Palestijnen." Wat van der Laan hier duidelijk mist, is dat het niet zozeer gaat om verbondenheid, maar om rechtvaardigheid.

Dit is geen eerlijke voetbalwedstrijd, waarbij je voor het ene of het andere team kiest. Het is een ongelijke strijd tussen een nationalistisch, steeds rechtser en meer racistisch land, ondersteund door een van de machtigste militaire organisaties in de wereld, en diegenen die door dat land bezet, opgesloten, uitgehongerd en willekeurig gedood worden.

De eis van diegenen die de boycot ondersteunen is dan ook dat de normen en waarden van de democratische rechtsstaat – die Israël zegt te vertegenwoordigen – gehandhaafd worden voor iedereen, ongeacht religie, etniciteit, ras of nationaliteit. Dat verklaart ook de groeiende steun voor BDS onder progressieve joden buiten Israël; weliswaar een kleine groep, maar steeds zichtbaarder. Zij steunen BDS niet vanuit een gevoel van verbondenheid met de Palestijnen, maar juist (voor velen) vanuit een verbondenheid met de joodse geschiedenis. Dit is immers een geschiedenis die ons maar al te duidelijk heeft geleerd wat het verschil is tussen onderdrukker en onderdrukten, tussen democratie en racisme. Die geschiedenis serieus nemen, betekent dan ook je inzetten vóór democratie en tegen onderdrukking. Zelfs als dat betekent: ingaan tegen onderdrukking die wordt uitgevoerd in naam van het veiligstellen van joden zelf.

Markha Valenta is assistent-professor Comparative American Studies aan de Radboud Universiteit. Nijmegen en schrijft voor deze gelegenheid een gastblog voor Een Ander Joods Geluid.