logo

Zorgen van de Nederlandse coalitie voor Palestijnse kinderen in Israëlische gevangenschap over de recente kinderrechtenschendingen

16-02-2016 09:46

Verklaring van de Nederlandse coalitie voor Palestijnse kinderen in Israëlische gevangenschap, waar Een Ander Joods Geluid onderdeel van uitmaakt. 

Op 18 februari a.s. zal de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken een gesprek hebben met een delegatie van de commissie Buitenlandse Zaken en Veiligheid van het Israëlische parlement. De leden van de Nederlandse coalitie voor Palestijnse kinderen in Israëlische gevangenschap willen graag de aandacht vestigen op drie punten van zorg met betrekking tot schendingen van de rechten van Palestijnse kinderen die onder de Israëlische bezetting leven. Deze schendingen staan in contrast met het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind dat Israël in 1991 heeft geratificeerd.

Het Israëlische parlement kent een commissie voor de Rechten van het Kind. Aangezien de Palestijnse kinderen onder Israëlische bezetting leven, is de commissie Buitenlandse Zaken en Veiligheid van het Israëlische parlement verantwoordelijk voor de bescherming van hun rechten. Voor zover wij weten, staan de rechten van Palestijnse kinderen niet of nauwelijks op de agenda van Israëlische parlementaire commissies, wat aangeeft dat de rechten van Palestijnse kinderen niet of nauwelijks serieus worden genomen.

De belangrijkste zorgen van onze Coalitie met betrekking tot de systematische schendingen van de rechten van Palestijnse kinderen kunnen worden samengevat in de volgende punten:

  1. Buitengerechtelijke executies (extra-judicial killings) van kinderen
    Er vindt een alarmerend aantal buitengerechtelijke executies van kinderen plaats op de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem. Volgens DCI Palestina zijn sinds 5 oktober 2015 36 Palestijnse kinderen gedood door Israëlische strijdkrachten, waarvan 25 tijdens vermeende mesaanvallen. Uit diverse videobeelden blijkt dat minderjarige verdachten werden gedood hoewel zij geen mes bij zich droegen of nadat het mes al weggenomen was, of in situaties waarin zij geen enkele bedreiging vormden voor de gewapende Israëlische strijdkrachten. Zie ook de brief hierover van Hagai El-Ad, directeur van de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem, aan premier Netanyahu.
  2. Palestijnse kinderen in Israëlische gevangenschap
    Rapporten van lokale en internationale mensenrechtenorganisaties laten op cruciale aspecten geen verbetering zien in de situatie van Palestijnse kinderen in Israëlische detentie. Een voorbeeld: in reactie op een rapport van UNICEF kondigden de Israëlische autoriteiten twee jaar geleden een proef aan waarin zij Palestijnse kinderen een dagvaarding zullen sturen in plaats van nachtelijke arrestaties uit te voeren. Volgens Military Court Watch werd in 2015 60% van de kinderen ’s nachts gearresteerd, een hoger percentage dan in voorgaande jaren. Slechts in 9% van de gevallen ontving het kind een dagvaarding.
  3. Palestijnse kinderarbeid in Israëlische agrarische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever
    Volgens het rapport Ripe for Abuse van Human Rights Watch (april 2015) werken honderden Palestijnse kinderen in de landbouwsector in Israëlische nederzettingen op de bezette Westelijke Jordaanoever. Het rapport documenteert mensenrechtenschendingen tegen Palestijnse kinderen van slechts 11 jaar oud, die circa 19 dollar verdienen voor een hele dag arbeid. Velen stoppen met school en werken in omstandigheden die als gevolg van het gebruik van pesticiden, gevaarlijke apparatuur en de extreme hitte gevaarlijk zijn.

De Nederlandse coalitie voor Palestijnse kinderen in Israëlische gevangenschap ziet de ontmoeting met de Israëlische delegatie als een kans om de rechten van kinderen te bespreken. De staat Israël is als bezetter en als partij in het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind verantwoordelijk voor rechten van burgers, waaronder kinderen, en moet zorgen voor hun welzijn en zich onthouden van mensenrechtenschendingen.