logo

Steun voor Bedoeïenen in de Negev-woestijn

16-03-2017 15:45

Een Ander Joods Geluid ging deze maand op zoek naar vrouwen met een missie, vrouwen in opstand en vrouwen die niet opgeven. We vonden Irène Steinert en stellen haar graag aan u voor. Zij is actief bij de Union Juive Française pour la Paix (UJFP) en medeoprichter van het Feuerstein Centrum in Amsterdam. Reuven Feuerstein werd in 1948 gevraagd naar Israël te komen om de door de Shoah getraumatiseerde mensen te helpen met het weer oppakken van hun leven. Steinert die sociaal psycholoog en leraar is, vond de bemiddelingsmethode die Feuerstein hanteerde direct interessant. Ze verdiepte zich met name in culturele bemiddeling, iets wat ze tot op de dag van vandaag doet in de zaak waar ze non-stop voor opkomt: het lot van de Bedoeïenen in de Negev-woestijn. 


U vraagt aandacht voor Bedoeïenen in de Negev-woestijn. Waarom bent u daar ooit mee begonnen?
“Mijn vader vertelde mij op latere leeftijd dat hij Joods was. Ik had destijds ook een Joodse vriendin die tijdens de oorlog haar ouders verloor en die jaren daarna besloot naar Israël te gaan. Ze raakte betrokken bij een Joods-Palestijnse vrouwenbeweging en hield me op de hoogte over de ontwikkelingen. Het ‘Joods zijn’ en Israël hielden me bezig en ik besloot mijn vriendin op te zoeken. Ik verdiepte me in die tijd ook in Reuven Feuerstein en het ICELP (Institute for the Enhancement of Learning Potential) in Jeruzalem. Ik leerde daar onder andere dat een persoon beter leert als er begrip is voor zijn of haar culturele achtergrond. En ik maakte ook Palestijnse vrienden, waardoor ik me bewust werd van hun lot na 1948.
In 2010 heb ik een conferentie in Edinburgh bijgewoond over het Het Apartheidsbeleid van het JNF-KKL en het ‘groenwassen’ van verwoeste Palestijnse dorpen en steden door het aanleggen van parken en bossen. Ik leerde er Joodse en Palestijnse activisten kennen, die samen tegen deze discriminerende politiek en het apartheidsbeleid actie voeren. Zo raakte ik betrokken bij het lot van de Bedoeïenen in de Negev en leerde ik Aziz Abu Mdighem en zijn vader Sheik Sayah al-Turi van het door Israël niet-erkende dorp Al-Araqib kennen. De bewoners en veel andere Bedoeïenen hebben eigendomspapieren, die uit de Ottomaanse tijd stammen, maar die worden door Israël niet erkend. Op 27 juli 2010 heeft een politiemacht van 1500 man Al-Araqib (dat 500 bewoners telde) met de grond gelijk gemaakt, de huizen en de stallen met bulldozers verwoest en 4000 olijfbomen uit de grond getrokken. Op 9 maart 2017 is het dorp voor de 110e keer verwoest! Deze etnische zuivering vindt plaats in het kader van de judaïsering van de Negev en de 'Law for Regulation of the Settlement of the Bedouin in the Negev'. De bedoeling is de Bedoeïenen onder te brengen in zeven speciaal voor hen gebouwde steden, waar echter geen passende werkgelegenheid is.”


U hebt het dorp een aantal keer bezocht, wat trof u aan in Al-Araqib?
“Na iedere verwoesting bouwen de paar families die er nog wonen weer tenten op en bivakkeren er in caravans. Op enkele brokstukken na, is er al jaren niets meer over van de huizen van de Bedoeïenen. Ze leven daarom in tenten, maar de soldaten breken zelfs de tenten steeds af. Onlangs nog heeft het leger het hele dorp wéér leeggehaald en platgewalst. Ze nemen dan alles mee, inclusief de watertank.
 

(Afbeelding: spullen die de dorpelingen hebben gered. Hun tent is verwoest.  Op de achtergrond de begraafplaats)


(Afbeelding: 
het leger komt de 99e keer de boel leeghalen – 2017)

Dat jaagt de Bedoeïenen overigens niet weg. Als de soldaten weer vertrekken, beginnen ze direct met heropbouwen. Iedereen helpt mee: mannen, vrouwen, kinderen. Wat me vooral treft is dat Sheikh Sayah al-Turi hoopvol blijft. Hij gelooft, zoals alle Bedoeïenen die ik ken, in co-existentie en vredig samen leven.”

Waarom laten de Bedoeïenen zich niet wegjagen?
“Deze Bedoeïenen leven al eeuwen in de Negev-woestijn. In 1947 woonden er 90.000 Bedoeïenen in dit gebied. Tijdens de oorlog van 1948 zijn grote groepen gevlucht naar Jordanië, Europa, Canada, Amerika... Er waren er toen nog ongeveer 11.000 over in de Negev-regio, die in een reservaat (Siyag) onder militaire controle werden ondergebracht.


(Aantal tenten van Bedoeïenengroepen in de regio van Be’er Sheva in 1947. Bron: N. Levin et al. Journal of Historical Geography, 2009)

Bovenstaande kaart uit 1947 toont de concentratie van Bedoeïenententen rond Beersheva, waar de woestijn vruchtbaar is. De Bedoeïenen daar waren (en zijn) landbouwers, zij waren (en zijn) er vast gevestigd op eigen grond. Israël beweert dat er in 1947 nauwelijks mensen woonden in de Negev-woestijn. Vanaf de jaren ’50 doet Israël er alles aan, zoveel mogelijk Bedoeïenen uit het gebied te 'verwijderen'. Ze moeten plaatsmaken voor Joodse steden en dorpen. De Bedoeïenen worden met geweld weggestuurd en moeten zich elders vestigen, in de speciaal voor hen gebouwde steden. Inmiddels leven er 200.000 Bedoeïenen in de Negev-woestijn. De Bedoeïenen worden nog altijd gezien als landsvijand en derderangs burgers. Ze mogen wel stemmen, maar kunnen niets opbouwen. De stam Al-Turi zal Al-Araqib nooit verlaten, ook al niet om historische begraafplaats, waar stamleden begraven liggen.

Ook onderzoekers verbonden aan de Ben Goerion Universiteit van Be'er Sheva, zoals Oren Yiftachel en Safa Aburabia (zelf Bédoeïen) hebben grote archieven die aantonen dat er al eeuwen Bedoeïenen woonden en dat de officiële Israëlische rapporten, die zeggen dat de woestijn leeg was, op onwaarheden zijn berust.”

Hoe maakt een dorp als Al-Araqib nog kans op ‘overleving’?
“Er zijn lokale organisaties, zoals Zochrot (actief sinds 2002) en Negev Coexistence Forum for Civil Equality (NCF) (actief sinds 1997) waarin zowel Joodse als Palestijnse Israëli’s samen strijden voor gelijke rechten en co-existentie. Het is belangrijk om bekendheid te geven aan deze Israëlische politiek van discriminatie en etnische zuivering.
Ik maak regelmatig ‘flashbacks’ van de destructie van de dorpen door foto’s en informatie te kopiëren van mijn Facebookvrienden (Bedoeïenen) over wat er gaande is in dorpen als Al-Araqib en Umm-Al Hïrān. Voor de UJFP heb ik met Joss Dray een tentoonstelling met foto’s en uitleg over Al-Araqib samengesteld, die geleend kan worden. Ik werk mee aan conferenties en schrijf artikelen. Het is belangrijk om Palestijnse èn Joodse actievoerders en Bedoeïenen samen uit te nodigen om te getuigen van misdaden tegen de menselijkheid van de Israëlische overheid. Ik roep organisaties op bekendheid hieraan te geven door de fototentoonstelling en een conferentie te organiseren. Hoe meer steun de dorpen krijgen, hoe meer kans op overleving.”

(Dorpelingen demonstreren: “Stop met het verwoesten van Al-Araqib”) 

Heeft u hoop?
“Het is moeilijk te zeggen, hoe dit afloopt. Ik bewonder Bedoeïenen enorm, omdat ze zoveel hoop houden en voor een vreedzame oplossing kiezen. Het is moeilijk voor te stellen dat je nog zo vredelievend bent, als je dorp al 110 keer is platgewalst en je steeds alles kwijtraakt. En Al-Araqib is niet het enige dorp dat met dit probleem kampt. In 2016 zijn er 982 huizen verwoest en 54 dorpen aangevallen in het gebied rondom Be’er Sheva. De laatste weken ploegt het JNF-KKL de velden om, waar de jonge graanplanten opkomen. Helikopters spuiten met gif…  Toch houden de Bedoeïenen hoop en geven ze niet op. Dat ondersteun ik.”

Meer weten over de bedoeïenenkwestie in de Negev? Neem contact met ons op!

 

Video Al Araqib