logo

Dina Zbidat over water, verboden liefde en verbinding

14-04-2017 15:15

Dina Zbidat heeft een Palestijnse vader en een Nederlandse moeder. Tot haar achtste woonde ze in Nederland en daarna groeide ze op in Israël, in het Palestijnse dorp Sakhnin. Inmiddels is ze alweer bijna drie jaar bezig met haar PhD Antropologie. Ze doet onderzoek naar vluchtelingen in Jordanië. Dat ze in Nederland studeert is niet alleen vanwege haar PhD. “Ik zou mijn dochter graag laten opgroeien in ons land, daar voelen mijn man en ik ons echt thuis, maar het is ons onmogelijk gemaakt.”

Hoe was het om op te groeien in Sakhnin?
“Ik heb goede herinneringen aan mijn kindertijd in Sakhnin. Ik voelde me er thuis. Het is het land waar mijn wortels liggen en dat voel ik ook als ik er ben. Het was niet altijd een zorgeloos leven. Jullie nieuwsbrief gaat deze maand over water, daar kan ik mee uitleggen wat ik bedoel. Mijn opa was boer en voor hem was water belangrijk voor de landbouwgrond. Vroeger had Sakhnin twee bronnen die voor water zorgden, totdat er waterleidingen kwamen die vooral door Israël werden beheerd. Daardoor werden Israëlische dorpen om Sakhnin heen van water voorzien en Sakhnin zelf steeds minder. Op een gegeven moment waren we genoodzaakt illegale waterleidingen te gebruiken, omdat we geen vergunningen kregen om het boerenland te bewateren. Van dat boerenland bleef overigens steeds minder over. Een groot deel is geconfisqueerd door Israël. Dat waterprobleem merkte mijn echtgenoot uit Gaza ook. In Sakhnin was het water in elk geval nog schoon. In Gaza niet, daar kookte mijn schoonmoeder het water altijd eerst. Mijn man houdt van de zee, maar ook die is vervuild door het rioolwater dat in zee terecht komt.”

Waarom ben je niet in Israël blijven wonen?
“Mijn man komt uit Gaza. Door het verbod op familiehereniging kunnen wij niet samenwonen in Israël. We zijn nu dus genoodzaakt in het buitenland te wonen. Ik heb inmiddels in verschillende landen gewoond. Mijn man studeerde in Polen en ik in New York en nu doe ik mijn PhD in Nederland. Mijn vader was aanvankelijk geen voorstander van ons vertrek, omdat we daar Israël mee lieten ‘winnen’. Voor mij was er geen andere optie. Als ik was gebleven, had Israël ook ‘gewonnen’. Als het had gekund, was ik graag gebleven. Ik wil mijn dochter graag laten zien waar ik me thuis voel. Wat dat betreft kijk ik positief terug op onze verhuizing van Nederland naar Sakhnin in mijn kindertijd. Ik wil mijn dochter hetzelfde geven.”

Doe je hier in Nederland iets aan de situatie in Israël-Palestina?
“Nu ik in Nederland woon, voelt het als een soort noodzaak dat ik ‘iets’ moet doen. Ik vind het lastig. In Israël was het veel normaler om de straat op te gaan om te demonstreren. Er waren wekelijkse demonstraties waar je altijd aan mee kon doen. Als je zoiets in Nederland probeert, ben je gelijk een radicale activist. Ik voel me daar niet prettig bij. Ik probeer met mijn PhD de nodige aandacht te besteden aan Palestijnse vluchtelingen. Het lijkt mij effectiever als Nederlanders invloed uitoefenen op de Nederlandse regering, net zoals Israëli’s dat bij de Israëlische regering moeten doen. Er is genoeg te doen, want ik merk dat veel Nederlanders -waaronder vooral jongeren- maar weinig weten over de situatie in Israël-Palestina. Er zou in Nederland een breder publiek op de hoogte moeten zijn. Ook dat is een lastige taak, want mensen luisteren vaak niet. Dat is begrijpelijk, want er speelt ook zoveel.”

Heb je ideeën over wat Nederlanders kunnen doen?
“Toen ik in New York studeerde, merkte ik dat je jongeren sneller en makkelijker aanspreekt, als je bepaalde onderwerpen combineert. Zo organiseerden we met een aantal studenten een thema-avond over muren wereldwijd. De muur in Israël werd besproken, maar ook bijvoorbeeld de muur in Mexico. Er komen meer mensen op af, die allemaal over verschillende belangrijke onderwerpen geïnformeerd worden en er een gevoel bij krijgen. Datzelfde merkte ik bij het internetplatform dat een vriendin van me oprichtte. Ze hoorde mijn verhaal over mij en mijn (toen nog) vriend en startte de website www.loveunderapartheid.com. Daar kunnen mensen wereldwijd hun verhaal kwijt over hoe moeilijk het is iemand lief te hebben in ‘verboden gebied’. Het werd vrij snel opgepikt en er kwamen allerlei videoboodschappen, weetjes en berichten op de website te staan. Niet alleen van verliefde stellen, er stond bijvoorbeeld ook een verhaal op van iemand die niet bij het overlijden van zijn moeder kon zijn, omdat hij het land niet in mocht. Het is eenvoudige actie en je creëert met zo’n platform direct verbinding.”

Wat kan EAJG doen?
“Een Ander Joods Geluid speelt een belangrijke rol in Nederland. Jullie kunnen nog wel wat zichtbaarder zijn. Niet alleen qua berichtgeving over Israël-Palestina, maar ook wat betreft het gebruik van het woord ‘antisemitisme’.  Ik kan er echt boos over worden, zodra je Israël bekritiseert, ben je een antisemiet. Dat merk je nu ook aan dat VN-rapport dat onlangs uitkwam. Dan wordt de VN gelijk bestempeld als antisemitisch. Moslims kennen dit probleem ook, maar dan met het woord ‘jihad’. De termen worden te pas en te onpas gebruikt, waardoor ze aan inhoud verliezen. Wat betekent antisemitisme dan nog? Verder is het belangrijk om een breder publiek aan te spreken en om verbindende activiteiten te organiseren. Zichtbaarheid en verbinding dus.”

Hoe kijk je naar de toekomst in Israël?
“Ik zie het niet rooskleurig in. Ik denk dat het steeds slechter zal gaan, totdat ‘het’ allemaal ontploft. Als het niet erger kan, zal er wel iets moeten veranderen.”