logo

Recensie van het boek 'The Endless Quest for Israeli-Palestinian Peace'

18-10-2017 14:53

Robert Serry stelde zichzelf een ondankbare taak: een verhaal vertellen waarin eigenlijk niets gebeurt. De Nederlandse diplomaat was zeven jaar Speciale Gezant voor het vredesproces in het Midden-Oosten voor de Verenigde Naties. Hij was aangesteld door Ban Ki-moon, de toenmalige secretaris-generaal van de VN, met de opdracht om de resoluties over Israël en Palestina te helpen uitvoeren, het vredesproces te ondersteunen en de belangen van de Palestijnse bevolking te behartigen.

Eerder dit jaar publiceerde hij zijn memoires. The Endless Quest for Israeli-Palestinian Peace. A Reflection from No Man’s Land is op zich een fascinerend boek. Jeruzalem- en Ramallah-watchers en leunstoeldiplomaten zullen er van alles van hun gading in kunnen vinden. Degenen die niet zoveel weten van het conflict, of die zich afvragen hoe het ook alweer zat met Tony Blair en het Kwartet, de vredesconferenties, Gaza-oorlogen, Palestijnse premiers en Israëlische kabinetten, kunnen hun kennis bijspijkeren. Serry was vanaf 1991 overal bij (toen hij betrokken was bij de Vredesconferentie in Madrid), kent iedereen en kan vrijuit zijn verhaal doen, want hij is met pensioen. Hij begint met een historisch overzicht en neemt zijn lezers in vogelvlucht mee naar het moment dat zijn voorganger Alvaro de Soto in 2007 ontslag neemt.

Dit is om meerdere redenen een belangrijk omslagpunt en niet alleen voor Serry persoonlijk. Gezant Alvaro de Soto ziet in januari 2006 dat Hamas de parlementsverkiezingen in Gaza wint. De wereld weigert deze verkiezingsuitslag te respecteren, aangezien Hamas als een terreurorganisatie wordt gezien. Er ontstaat een patstelling en De Soto kan niet verder; hem wordt de mogelijkheid ontzegd om namens de VN met Hamas te spreken, terwijl deze organisatie de meerderheid van de Gazanen vertegenwoordigt. Serry volgt hem eind 2007 op. Hij formuleert de vraag die door de rest van zijn boek blijft resoneren: waarom heeft de wereld geen strategie voor Gaza ontwikkeld? Hij zegt het niet met zoveel woorden, maar uit wat hij schrijft blijkt dat alle betrokken partijen eigenlijk maar wat aanrommelen, zonder helder idee wat er politiek met Gaza moet gebeuren. Dit zorgt voor een alsmaar grotere humanitaire catastrofe.

Er mankeert niets aan deze goed geschreven memoires, behalve één ding: ze werken niet toe naar een hoogtepunt, of zelfs maar naar een omslagpunt. Serry beschrijft hoe hij acht jaar keihard en met de beste bedoelingen heeft gewerkt en alles uit de kast heeft gehaald, maar niets heeft bereikt. Dat stemt deprimerend en nodigt ook niet uit tot doorlezen, want de afloop is immers al bekend. Wanneer Serry in 2015 vertrekt, is de ellende wéér groter geworden. Hij is kritisch: er wordt gesproken over het mooie ideaal van de tweestatenoplossing, terwijl de eenstaatrealiteit in het dagelijkse bestaan van Palestijnen en Israëli’s allang bestaat. De vrede waar iedereen het over heeft en waar iedereen naar zegt te streven, is verder weg dan ooit en daar dragen álle betrokkenen een deel van de verantwoordelijk voor. Op de laatste pagina’s geeft de immer optimistische Serry aanwijzingen hoe toekomstige generaties onderhandelaars het stokje weer op zouden kunnen pakken.