logo

Toespraak Jaap Hamburger bij boekpresentatie Anna Krijger

Door Jaap Hamburger, voorzitter van Een Ander Joods Geluid. Deze toespraak is uitgesproken ter gelegenheid van de presentatie van het boek ‘Hipsters, baarden, martelaren. Ontmoetingen in Israël en Palestina', van Anna Krijger, op 5 oktober in Amsterdam.

Geachte dames en heren,

ik ben mij bewust van de politieke onwenselijkheid van deze aanhef, ik hoor natuurlijk het genderneutrale ‘geachte toehoorders’ te bezigen, maar ik woon op het platteland, noord van Amsterdam en daar houdt men dames en heren en oude gebruiken in ere.

Dames en heren,

laat ik mij gauw voorstellen: mijn naam is Jaap Hamburger en ik ben voorzitter van Een Ander Joods Geluid (EAJG) en mij is gevraagd het woord tot u te richten. Het is voor mij niet ongebruikelijk om te spreken over de situatie in Israël/Palestina, maar daarvoor bent u niet hierheen gekomen. U bent hier in de eerste plaats voor Anna Krijger, op collectieve kraamvisite zogezegd, om met haar de vreugde te delen over haar boreling, het boek ‘Hipsters, baarden, martelaren’, met de mooie ondertitel: ‘Verslag van een slopend conflict’ [die later is veranderd in ‘Ontmoetingen in Israël en Palestina]. 

Hoe heb ik Anna leren kennen? We hadden kort na de aanvang van het NRC-correspondentschap ruim drie jaar geleden, van Derk Walters, Anna’s man, op het EAJG kantoor een skypegesprek georganiseerd van EAJG-staf met Derk. Toen de altijd weer optredende technische problemen voldoende waren overwonnen om een schokkerig gesprek op gang te brengen, stagneerde dat binnen vijf minuten. Derk keek niet meer in de camera, alleen nog verstard naar opzij, en hij antwoordde niet meer. De reden bleek dat zijn vriendin, Anna, iets onhandigs had gedaan met een stopcontact in hun appartement en een duchtige electrische schok had opgelopen, die Derk uit concentratie bracht. Dat was geen veelbelovend begin van onze kennismaking met Anna, die wij ook niet te zien kregen. Zij kwam pas in beeld op 1 maart 2017 in De Nieuwe Liefde, waar zij een verrassende tekst uitsprak over Israël en Palestina waar zij toen met Derk zo’n drie jaar had gewoond. Ik kom op die tekst straks terug. 

‘Hipsters, baarden, martelaren’, heet Anna’s boek dus, met als ondertitel: ‘Verslag van een slopend conflict’.  Slopend, voor Palestijnen, wier huizen, waterbronnen, boomgaarden en uiteindelijk wier mentale weerstand gesloopt wordt, letterlijk; slopend voor het aanzien dat nog rest van Israël, dat steeds ongeloofwaardiger wordt, slopend voor wie getuige is van het onvermogen en de onwil van de buitenwereld orde op zaken te stellen; slopend voor hoop en vertrouwen. Anna citeert in haar boek daarover een andere expat. ‘Het eerste jaar hier haat je de Israëli’s, het tweede jaar haat je de Palestijnen, het derde jaar haat je ze beiden, het vierde jaar begin je jezelf te haten, dat je hier nog steeds zit’.

Die zelfhaat heeft Anna niet doorgemaakt, want na drie jaar moest Derk van de Israëlische autoriteiten als verslaggever het land uit, terug naar Nederland, en Anna ging natuurlijk mee. We mogen stokebrand Loonstein sr. dankbaar zijn dat hij Derk zwart gemaakt heeft bij de autoriteiten in Israël, anders hadden we wellicht twee jaar langer op Anna’s boek moeten wachten. Overigens schrijft Anna zelf ook over de perikelen die zij met het perstoezicht in Israël heeft meegemaakt, en de valse aantijgingen aan haar adres, die serieus zijn genomen. Sommigen in joods Nederland zien er geen been in anderen zonder grond te belasteren, als dat in hun kraam te pas komt.

Anna had als ondertitel van haar boek ook kunnen kiezen voor het voor de hand liggende: ‘Verslag van een slepend conflict’, of zelfs voor: ‘Verslag van een sluipend conflict’, in overeenstemming met de sluipende annexatie door Israël van wat rest van het Palestijnse gebied, en met enig cynisme zelfs voor: ‘Verslag van een slapend conflict’, omdat een van Israëls strategische doelstellingen is het conflict te bagatelliseren, voor te stellen als de normale situatie, niets om je druk over te maken, als iets dat overal voorkomt, met als doel om ons daarover in slaap te wiegen.

Bezoek het hippe Tel Aviv/Jaffa, nietwaar, niets aan de hand, zon, zee, strand, lekker eten, surfers, bikini’s en start-ups en een heuse LGBT-scene. Laat u niets wijs maken: de stad barst in het zuidelijk deel van de sociale problematiek, huisvest het Israëlische Ministerie van Defensie waar vernietigende oorlogen, aanvallen en veldslagen worden gepland, en is gebouwd op de zeer gewelddadige verdrijving van 60.000 a 80.000 Palestijnen eind jaren veertig van de vorige eeuw. U hoort in deze woorden niet Anna, maar de voorzitter van Een Ander Joods Geluid. Anna Krijger schrijft gewoon heel onderhoudend over de mindere kanten van Tel Aviv.

De kracht van Anna’s boek is de weerslag van wat wel haar persoonlijkheid moet zijn: zij is niet vooringenomen maar nieuwsgierig, en nieuwsgierig naar alle kanten, zij kan luisteren, en dan op rustige toon weergeven wat zij heeft gehoord, ook al is het kolder, zij kan verbinden en overbruggen en zij kan incasseren, en toch zichzelf blijven.

Op 1 maart van dit jaar hield Anna een toespraak, in De Nieuwe Liefde op een bijeenkomst “Christendom, Israël en Palestina”, die u hier kunt teruglezen, en die mij zeer verraste. Zelf geef ik nogal eens voorrang aan een niet altijd ingehouden of evenwichtig gedoseerde ergernis en woede over het decennialange grove onrecht dat Palestijnen individueel en collectief te verduren hebben van hun vaak wrede en ronduit sadistische Israëlische bezetter, die zo graag over vrede spreekt, maar daar nooit naar handelt. Anna weet die eerste maart, in het gezelschap van onder meer de buitenlandwoordvoerders van CDA en CU, Knops en de geharnaste Voordewind, een heel andere toon te treffen.

Dit waren haar slotwoorden in De Nieuwe Liefde:

“Ik hoop" zei zij, “dat de Nederlandse politiek, en vooral de christelijke partijen, zich blijven inzetten voor Israël én de Palestijnse gebieden. Hoe bescheiden hun bijdrage ook mag zijn: internationale politici, die bereid zijn om verder te kijken dan de gepasseerde tweestatenoplossing kunnen een verschil maken. Gideon Levy,” ging zij verder, “de even gerespecteerde als gehate columnist van de linkse Israëlische krant Ha’aretz, zei mij laatst: ‘Als je echt zulke goede vrienden bent, zoals zo veel Europese landen een goede vriend van Israël beweren te zijn, dan moet je elkaar ook de waarheid durven vertellen. Als jouw beste vriend op het verkeerde pad raakt en een gevaar wordt voor zichzelf en anderen, dan grijp je in. Daar zijn vrienden toch voor?’. Gelukkig zijn er enkele van deze politici vanavond aanwezig. Dus, heren Knops en Voordewind: het is aan u. Ik ben benieuwd naar uw visie voor de toekomst van de Israëliërs én de Palestijnen.”

En toen haar laatste zin, die luidde: Ik hoop dat u beide volkeren, net als ik, met liefde benadert en dat u zich wil inzetten voor vrede én rechtvaardigheid.

Zo. Ik ben wel wat gewend aan hypocrisie in dit dossier, maar dit, dit klonk anders, dit klonk oprecht op een manier die ik lang niet meer gehoord had, en zeker niet van mijzelf.

Ik vond het na afloop van de avond daarom nodig om op Anna toe te lopen en haar te complimenteren met haar betoog, en toen kwam voor mij de tweede verrassing: of ik bereid was om te spreken bij de presentatie van het boek dat zij in voorbereiding had en het in ontvangst te nemen. Er zijn verzoeken waar ik langer over na heb moeten denken, al weet ik oprecht nog steeds niet goed waarom zij juist mij dit verzoek deed. Ik wist wel dat ik gauw ‘ja, graag, heel graag’ moest zeggen, voordat Anna zich zou bedenken.

Ik zou met u de Nederlands-talige ervaringsliteratuur over Israël en Palestina sedert begin jaren ‘80 van de vorige eeuw willen doornemen, zoals bijvoorbeeld de boeken van de zeer ten onrechte - door sommigen uit het kamp Loonstein met zijn vele consorten - verguisde Anja Meulenbelt, of het reisboek van Nell Westerlaken, en Anna’s boek in die literatuur een plaats geven; ik zou graag als voorzitter van Een Ander Joods Geluid die vermaledijde en illegale en uitzichtloze bezetting die op annexatie uitdraait, eens haarfijn uit de doeken willen doen. En ik zou heel graag de inertie terzake van Nederland en de Europese Unie gispen, het gebrek aan moed om een keer, al is het maar één keer, woorden van afkeuring te laten volgen door ondubbelzinnige daden; wat zou ik u graag doordringen van het onrecht dat daar in het geroofde land geschiedt; wat zou ik u graag van toehoorders veranderen in verontwaardigde activisten, die met gebalde vuist het Spui oplopen, roepend: ‘Viva Palestina!’.

En wat zou ik daarin falen, vermoedelijk.

Anna heeft in haar boek een beter recept dan verontwaardiging en woede, dan sarcasme, dan feit stapelen op feit. 

Anna onderzoekt, Anna vertelt wat zij ter plaatse ziet, hoort en ervaart, Anna denkt hardop, Anna schroomt niet iets te tonen van haar verdriet over het onvermogen van mensen zichzelf terug te zien in de ander, Anna probeert beide zijden te begrijpen, beide volkeren en hun individuele en collectieve emoties, Anna probeert zich in te leven, Anna heeft, en toont haar eigen emoties maar weet die productief te maken, op een manier die mensen niet afschrikt maar aanzet tot luisteren. Het feit dat zij schrijft voor De Groene en het Nederlands Dagblad is veelzeggend voor haar rustige, objectieve, van boosheid ogenschijnlijk gespeende toon; van journalisten die schrijven voor Groene en ND beide, is er nog maar een ander in Nederland. Het feit dat Anna in haar toespraak op 1 maart politici durft uit te dagen met het woord ‘liefde’ is verrassend, waar afkeer en haat doorgaans de boventoon voeren in dit bittere conflict.

Maar zij is toch duidelijk, niet soft maar ferm in haar opvattingen. ‘De tweestatenoplossing is achterhaald’. ‘Zonder rechtvaardigheid geen vrede’. Het is niet dat zij neutraal is op het krampachtige af, of op weeë wijze overvloeit van begrip en nooit oordeelt of veroordeelt, maar als Anna veroordeelt, krijg je als lezer de indruk dat deze Krijger de veroordeelde een tweede kans gunt.

Het kleine gebed van een Palestijnse christen dat zij geplaatst heeft aan het begin van haar boek, zou hààr gebed kunnen zijn:

“Pray not for Arab or Jew,
for Palestinian or Israeli.
Pray rather for ourselves
That we might not divide
Them in our prayers but
Keep them both together
In our hearts.”

Dat is de instelling waarmee dit boek geschreven is.

Dames en heren met of zonder baard, hipsters, martelaren voor de goede zaak, u allen, luister naar deze stem, koop dit boek, lees dit boek, verspreid de inhoud!

Viva Palestina. Viva Anna!