logo

Nederland, differentiatiebeleid en gestampte muisjes

01-02-2018 13:50

 

Het valt niet te verwachten dat de Nederlandse ambassade in Tel Aviv ooit nog meedoet aan een op zich onschuldig ogende actie als een Holland-maand in een Israëlische supermarkt. Gedegen schriftelijke vragen in de Tweede Kamer hebben aan het licht gebracht dat zelfs met producten als gestampte muisjes de Nederlandse ambassade in de fout kan gaan.

Ooit, dat wil zeggen zo'n twee maanden geleden, werd deze Hollandse maand nog gepresenteerd als een grote overwinning van Israël op de wereldwijde Boycot-, Desinvestering,- en Sancties beweging BDS, bijvoorbeeld op de website van het CIDI. De Nederlandse etenswaren stonden toch maar mooi bij de Shufersal in het schap. Nu is het inmiddels een hoofdpijndossier.

Verschil

Nederland houdt de illusie in stand van het 'differentiatiebeleid': men maakt verschil tussen diensten en producten die Israël produceert en exporteert, of juist importeert uit Nederland, en producten en diensten die bedrijven of personen op bezet gebied importeren of exporteren. Voor exportproducten naar Nederland moet dit verschil ook op het etiket te vinden zijn, zodat consumenten weten waar hun Israëlische aankoop vandaan komt. Voor producten die niet in de winkel te koop zijn, zoals software en dit soort dingen, en wapens, geldt dat we er slechts op kunnen vertrouwen dat de Nederlandse importeurs en Nederlandse eindgebruikers zich houden aan hun eigen gedragsregels, zoals vastgesteld door de OESO (de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling).

Onderdeel van de illusie is ook dat aan alle kanten importeurs en exporteurs door Nederlandse ambtenaren en ambassademedewerkers aan het verstand wordt gepeuterd dat dit het beleid is, en dat iedereen zowel hier als daar geacht wordt zich hieraan te houden. Dus, met andere woorden: exporteur van graanjenever, Bossche Bollen of Deventer Koek, houd er rekening mee, u mag wel exporteren naar Israël, maar niet naar Israëlische nederzettingen in Palestijns gebied. En uw flessen graanjenever mogen wel te koop zijn in Eilat en Naharya, en desnoods ook in Gazastad mocht er belangstelling bestaan, maar niet dus in Ariël.

Maar dit gebeurt niet, bleek uit een brief van de Nederlandse ambassadeur in Tel Aviv aan potentieel geïnteresseerde Nederlandse exporteurs. Lees dit artikel van Adri Nieuwhof voor alle informatie.

Wat te doen? Nogmaals erop hameren dat er regels zijn afgesproken, in Europees verband, en dat Nederland geacht wordt zich hieraan te houden? Ook als het om gestampte muisjes gaat?

Het Nederlandse kabinet ligt in een spagaat, net als vorige kabinetten overigens. Er is aan de ene kant het belang om in de pas te lopen met Europa, en het internationale recht te eerbiedigen. Het is ook niet gek om dat van Nederlandse ambtsdragers te verlangen. We mogen toch vragen of zij zich alsjeblieft aan hun eigen wetten en internationale afspraken willen houden?

Aan de andere kant wil Nederland met Israël binnen de groene lijn, dus niet in de (in 1967) door Israël bezette gebieden, de handelsbetrekkingen versterken, en doet men ook allerlei moeite om dit voor elkaar te krijgen. Er zijn zelfs meer diplomaten bij de ambassade in Tel Aviv gaan werken om meer investeringsmogelijkheden en blabla te onderzoeken en die samenwerking te ondersteunen. Punt is dat de groene lijn voor Nederland iets heel anders betekent dan voor Israël. Voor Israël is de groene lijn een gumvlek op een kaart, niets meer.

Misschien moet de Nederlandse regering hier eens conclusies aan verbinden , door in elk geval veel nadrukkelijker en openlijker het differentiatiebeleid te handhaven. Dat gaat met dit kabinet moeilijk worden, maar daarom kunnen we er nog wel voortdurend om vragen.

Denemarken heeft hier in januari 2018 een heel stevig standpunt over aangenomen. Denemarken maakt beleidsmatig echt verschil tussen Israël enerzijds en de Palestijnse gebieden anderzijds. Alle afspraken tussen Denemarken en Israël gelden alleen voor het grondgebied van voor 1967. Nederland zou dit voorbeeld kunnen volgen.