logo

Blog: Op zoek naar mijn eigen geluid

29-05-2011 16:00

Ik ben geboren op het Merwedeplein in Amsterdam, schuin tegenover het huis waar Anne Frank ooit woonde. Dochter van een Joodse vader en een Christelijk-Hervormde moeder. Strikt genomen ben ik dus niet Joods. Toch is het Joods-zijn een wezenlijk onderdeel van mijn identiteit. Dat zit in kleine gewoonten en gebruiken zoals matzeballensoep en gremsjelies met Pesach bij mijn oma. En in Jiddisch taalgebruik: de mesjogge aas, schlemielen en gojse vrouwen behoorden tot het vaste lingo van mijn vader.

Echter, mijn joodse identiteit is bovenal gevormd door de Tweede Wereldoorlog. Een oorlog waarin mijn overgroot oma Sarah in Sobibor werd vergast en die voor mijn oma (1911) en mijn vader (1936) geen jaar langer had moeten duren. Ik ben absoluut geen tweede generatie kind, maar was wel van jongs af aan doordrongen van mijn familiegeschiedenis. Dit resulteerde in een soort van trots. Je hoorde bij de underdog. Je bestaan was het bewijs dat een volk, ondanks eeuwen van vervolging, niet uit te roeien was. Waar voor klasgenootjes Anne Frank een personage uit een boek was, was ze voor mij een schoolgenootje geweest van mijn vader. Mijn vader had dan wel geen Porsche en was geen directeur, maar hij was wel een Jood (en daar schepte ik graag over op).

Toen ik tijdens mijn middelbareschooltijd nieuws tot mij begon te nemen, ontwikkelde ik een interesse voor het Israëlisch-Palestijns conflict. Er ontwikkelde zich al snel ontzetting over de Israëlische politiek ten aanzien van de Palestijnse bevolking. Mijn vader moedigde aan de ene kant mijn kritische houding aan, maar bracht mij ook aan het twijfelen. Ja, Israëliërs bezetten land dat hen niet toebehoort, ja, kolonisten en religieuze fanatici waren gevaarlijk en zo gek als een deur, maar mocht de oorlog ooit weer uitbreken dan nam mijn vader het eerste vliegtuig naar Israël, het enige land ‘dat zijn veiligheid zou waarborgen.’ Een duidelijk geval ratio vs. emotie.

Niet helemaal koosjer

Tijdens mijn studie Conflictstudies en Mensenrechten ontwikkelde mijn kennis over het conflict en daarmee mijn anti -Israël houding. Ik begon me te interesseren voor platformen en organisaties die zich duidelijke tegen Israël uitspraken. Maar ik kwam al snel van een koude kermis thuis. Een keer heb ik meegelopen in een demonstratie tegen de bezetting, maar ik wist niet hoe snel ik weg moest komen toen een Israëlische vlag werd verbrand en de welbekende leuzen werden gescandeerd. Dit was natuurlijk het werk van een heel klein groepje, maar het was voldoende om mij te doen voelen dat ik bij de verkeerde club was beland. Ook werd ik bekend met het fenomeen Palestina-activist. Mensen die zonder enige duidelijke verhouding tot de Palestijnse bevolking een verbetenheid en fanatisme hadden ontwikkeld tegen Israël waarvan wij thuis zouden zeggen ‘dat is niet helemaal koosjer!’ Ik bezocht discussieavonden en bijeenkomsten waar ik mensen van de Joodse gemeenschap als gebeten honden om zich heen zag blaffen, waar Joodse jongeren deden alsof ze zelf de Shoah net hadden meegemaakt, waar gefrustreerde Nederlands-Marokkaanse jongeren dweepten met het Palestijnse slachtofferschap. Discussies waarbij de emotie altijd de ratio overstemde. Soms liet ik mij meeslepen op dat soort avonden. Welke kant van de discussie ik koos lag vaak puur aan welke groep op dat moment de minst onredelijke argumentatie vormde.

Een ander geluid gevonden

Ik werd hierdoor steeds moedelozer en baalde dat ik niet goed in staat bleek zelf argumenten en opvattingen te formuleren die stand hielden in welke samenstelling van meningen en opinies ik mij dan ook bevond. Tot ik in 2007 in aanraking kwam met de opinies van Tony Judt en de literatuur van Amos Oz en ik eindelijk de denkers vond die mijn gedachten onder woorden konden brengen. In 2008 raakte ik goed bevriend met Hamad Hamad een Palestijn die zei niet pro-Palestina te zijn, maar pro justice and equality. Dat klinkt misschien simpel en als retorische fluf, maar het verhelderde voor mij een hoop. Door niet langer voor of tegen een bepaald land, bevolkingsgroep of religie te kiezen, maar je uit te spreken voor bepaalde waarden, werd het voor mij eenvoudiger stelling in te nemen ten aanzien van het conflict. Tenslotte werd ik in 2009 lid van NextStep ( de jongerentak van EAJG) een organisatie die naar mijn idee probeert zonder sentimenten, maar wel de gevoeligheden in ogenschouw nemende, een standpunt te formuleren en verspreiden dat zich uitspreekt tegen geweld en tegen de bezetting.

Vanuit deze achtergrond en overtuiging zal ik eens in de zoveel tijd een blog schrijven voor EAJG.

Mirthe Frese (26) woont in Amsterdam en is programmamaakster.