logo

Israël & Palestina-stemwijzer

29-08-2012 11:21

Een Ander Joods Geluid zette voor u de standpunten van de verschillende politieke partijen ten aanzien van het Israëlisch-Palestijnse conflict op een rij. In onderstaande stemwijzer worden aan de hand van negen stellingen de partijprogramma’s onder de loep genomen. Deze stellingen gaan onder meer over de relatie tussen Nederland en Israël, het Israëlische nederzettingenbeleid en Palestijns VN-lidmaatschap. 

Bent u benieuwd naar de opvattingen van Een Ander Joods Geluid hierover? Die zijn hier te vinden.

Uitleg bij de stellingen

1. Een twee-statenoplossing is de meest wenselijke oplossing van het Israëlisch-Palestijns conflict

De twee-statenoplossing, met als uitkomst een onafhankelijke Palestijnse staat op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook naast de staat Israël, is de internationaal aanvaarde oplossing voor het Israëlisch-Palestijns conflict. Deze oplossing komt terug in de verkiezingsprogramma’s en uitingen van nagenoeg alle politieke partijen. Diverse partijen benadrukken daarbij de noodzaak tot levensvatbaarheid van een Palestijnse staat - een staat die territoriaal aaneengesloten, politiek onafhankelijk en economisch bestaanbaar is. Zij nemen daarvoor als vertrekpunt dat de grenzen tussen Israël en een toekomstige Palestijnse staat op basis van de grenzen van vóór 1967 (de ‘Groene Lijn’) bepaald dienen te worden. De SGP laat in haar programma in het midden of zij voor een twee-statenoplossing is, en noemt de Palestijnse gebieden in andere uitingen ‘betwist’, in plaats van de gangbare term ‘bezet’ te gebruiken. De PVV spreekt zich als enige partij uit tegen een twee-statenoplossing en betitelt Jordanië de ‘enige Palestijnse staat’. 

Lees hier wat Een Ander Joods Geluid over deze stelling te zeggen heeft.

2. Nederland dient het streven van de Palestijnse Autoriteit voor Palestijns VN-lidmaatschap te steunen

In september 2011 probeerde de Palestijnse Autoriteit, via de VN Veiligheidsraad, Palestina als VN-lid erkend te krijgen. Dit initiatief kon niet worden doorgezet, onder meer door obstructie vanaf de kant van de Verenigde Staten. Ook in september 2012 was de Palestijnse Autoriteit van plan een statusophoging bij de VN te bewerkstelligen, deze keer naar 'waarnemersstatus als niet-lidstaat'. Dit voornemen is echter uitgesteld. De verwachting is dat over een paar maanden er echter alsnog een poging zal worden gedaan om een Palestijnse statusophoging bij de VN te bewerkstelligen. Omtrent een mogelijke erkenning van Palestina als VN-lid en de Nederlandse stellingname hieromtrent was verleden jaar veel te doen in de Tweede Kamer, en de politieke partijen nemen er geheel verschillende standpunten over in. SP en GroenLinks spreken zich in hun verkiezingsprogramma’s uit voor Palestijns VN-lidmaatschap, buiten rechtstreekse onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit om. De PvdA geeft aan voor een statusophoging van de Palestijnse Autoriteit te zijn, en volledig lidmaatschap daarbij niet uit te sluiten. D66 sprak zich in eerdere debatten in de Tweede Kamer uit voor een statusverhoging van de Palestijnen bij de VN, maar gaf aan daar ook andere mogelijkheden voor te zien dan volledig VN-lidmaatschap. Alle andere partijen spraken zich uit tegen het initiatief van de Palestijnse Autoriteit.

Lees hier wat Een Ander Joods Geluid over deze stelling te zeggen heeft.

3. De Nederlandse ambassade moet gevestigd worden in Jeruzalem

In 1980 nam het Israëlische parlement de zogeheten ‘Jeruzalem-wet’ aan, die uitsprak dat Jeruzalem de ongedeelde hoofdstad van Israël is, waarmee Israël benadrukte het bezette Oost-Jeruzalem als onderdeel van de Israëlische staat te beschouwen. De VN sprak zich uit tegen deze wet, en riep alle VN-lidstaten op haar ambassades en diplomatieke missies als protest uit de stad terug te trekken. Ook Nederland gaf gehoor aan deze oproep en verplaatste haar ambassade naar Tel Aviv; de huidige ambassade is gevestigd in Ramat Gan, een voorstad van Tel Aviv. De opvatting huldigend dat Jeruzalem de ondeelbare hoofdstad dient te zijn van Israël, bepleiten verschillende partijen - de ChristenUnie, de SGP en de PVV - echter om de Nederlandse ambassade terug te verplaatsen naar Jeruzalem. De andere partijen zijn hier tegen. Geen land ter wereld heeft overigens de annexatie van Oost-Jeruzalem door Israël erkend.

Lees hier wat Een Ander Joods Geluid over deze stelling te zeggen heeft.

4. Jeruzalem moet erkend worden als de ongedeelde hoofdstad van Israël

Na de ‘Zesdaagse Oorlog’ in 1967, waarbij Israël onder meer de Westelijke Jordaanoever veroverde, annexeerde het Oost-Jeruzalem en ettelijke dorpen eromheen, een besluit dat door de VN en de internationale gemeenschap werd afgekeurd. Sindsdien voert Israël een ander regime in Oost-Jeruzalem dan op de andere delen van de Westelijke Jordaanoever. Palestijnen woonachtig in Oost-Jeruzalem zijn in het bezit van een aparte identiteitskaart en hebben onder meer het recht om te stemmen in lokale verkiezingen, waarvan zij overigens maar mondjesmaat gebruik maken, omdat het de annexatie van Jeruzalem en hun aparte positie bevestigt; in de praktijk hebben de meer dan 250.000 Palestijnen in dit bezette deel van Jeruzalem bovendien met geïnstitutionaliseerde discriminatie te maken, terwijl het aantal Joodse ‘wijken’ (nederzettingen) in Oost-Jeruzalem, met circa 200.000 inwoners, gestaag groeit. De Palestijnse Autoriteit ziet Oost-Jeruzalem als hoofdstad van een toekomstige Palestijnse staat. Hoewel de verdeling van Jeruzalem een van de onderwerpen is die binnen vredesonderhandelingen bepaald zal worden, en de internationale gemeenschap Oost-Jeruzalem als bezet gebied ziet, beschouwen veel Israëli’s en veel Israëlische politici dit stadsdeel als integraal onderdeel van Israël. ChristenUnie, SGP en PVV sluiten zich bij deze gedachtegang aan, en betogen dat geheel Jeruzalem aan Israël toebehoort. Alle andere partijen huldigen, conform het internationaal recht,  het standpunt dat het gebied bezet is, en dat de uiteindelijke deling van de stad bepaald dient te worden door onderhandelingen tussen partijen.

Lees hier wat Een Ander Joods Geluid over deze stelling te zeggen heeft.

5. De Palestijnen dienen Israël te erkennen als Joodse staat

De huidige Israëlische regering heeft de afgelopen jaren in gesprekken met de Palestijnse Autoriteit aangegeven dat als voorwaarde voor onderhandelingen geldt, dat de Palestijnse Autoriteit en een toekomstige Palestijnse staat Israël erkennen als ‘Joodse staat’. Volgens de regering Netanyahu is dat van belang omdat de Palestijnen daarmee erkennen dat Israël een thuisland is voor het Joodse volk, dat het Joodse volk een legitieme claim heeft op het land en dat de twee-statenoplossing gestoeld zal zijn op het principe van ‘twee staten voor twee volkeren’. De Palestijnse Autoriteit heeft deze erkenning echter geweigerd; volgens haar is het aan Israël zelf hoe het zich definieert, is zo’n erkenning schadelijk voor de positie van de Palestijns-Arabische minderheid in Israël (circa 20% van de totale bevolking) en staat die op gespannen voet met het Palestijnse recht op terugkeer van Palestijnse vluchtelingen naar Israël, een van de punten die binnen vredesonderhandelingen uitonderhandeld dient te worden.

In een parlementaire motie in februari 2011, ingediend door Tweede Kamerleden Van der Staaij (SGP), Ormel (CDA) en Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie), stelden de indieners dat Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal zich actief diende uit te spreken tegen het voornemen van de Palestijnse Autoriteit om buiten vredesonderhandelingen om naar VN-lidmaatschap te streven. Daarnaast stelde de motie dat Nederland de Palestijnse Autoriteit diende op te roepen Israël te erkennen ‘als democratische, joodse staat’. De motie werd ondersteund door PVV, SGP, ChristenUnie, VVD, CDA en PvdA. De PvdA gaf nadien aan niet meer geheel achter de motie te staan, gezien haar steun op een later moment, in september 2011, voor een statusverhoging van de Palestijnse Autoriteit bij de VN, en latere uitspraken die van de Palestijnen verlangen alleen de Israëlische staat te erkennen, zonder een verdere toevoeging van Israël als ‘Joodse staat’. SP en GroenLinks hebben zich actief uitgesproken tegen de erkenning van Israël als Joodse staat, daarmee de argumentatie volgend van de Palestijnse Autoriteit; partijen als D66 en de Partij voor de Dierenhebben zich niet direct geuit over de erkenning van Israël als Joodse staat door de Palestijnse Autoriteit.

Lees hier wat Een Ander Joods Geluid over deze stelling te zeggen heeft.

6. Er moet met alle Palestijnse partijen gepraat worden, dus ook met Hamas

In 2006 won Hamas de parlementsverkiezingen in de Palestijnse gebieden. Omdat onder meer Israël, de Europese Unie en de Verenigde Staten Hamas hebben aangemerkt als terroristische organisatie, werd door hen overgegaan tot een boycot van Hamas. Sinds 2007 is Hamas echter aan de macht in de Gazastrook, wat deze boycot compliceerde, onder meer omdat de Gazastrook onderdeel dient te worden van een Palestijnse staat en zodoende betrokken moet worden in vredesonderhandelingen. Al geruime tijd wordt geprobeerd om tot een Palestijnse eenheidsregering te komen waarin zowel de Palestijnse Autoriteit onder leiding van Fatah (PLO) als Hamas vertegenwoordigd zijn, tot nu toe zonder resultaat. Onder meer de Europese Unie stelt dat er alleen met Hamas gepraat kan worden indien het geweld afzweert en de staat Israël erkent. Sommige analisten betogen echter dat er pragmatisch om dient te worden gegaan met Hamas, en dat in gesprek gaan met de organisatie onontkoombaar is. De SP en GroenLinks stellen helder in hun verkiezingsprogramma’s dat er gepraat moet worden met ‘alle’ Palestijnse partijen, en dus ook met Hamas. Ook de PvdA heeft aangegeven - hoewel niet in haar verkiezingsprogramma - dat er met Hamas gepraat kan worden. D66stelde in haar verkiezingsprogramma in 2010 dat met Hamas gepraat kan worden; in haar huidige programma zegt het er niets over. De overige partijen hebben zich uitgesproken tegen praten met Hamas, en houden vast aan de geldende boycot.

Lees hier wat Een Ander Joods Geluid over deze stelling te zeggen heeft.

7. Nederland moet er binnen de EU op aandringen het EU-Israël Associatieakkoord op te schorten bij voortdurende Israëlische rechtenschendingen

De EU-lidstaten zijn gezamenlijk de grootste handelspartner van Israël, en er is sprake van intensieve economische en technisch-wetenschappelijke samenwerking. In het kader van deze samenwerking kent de EU ook een Associatieakkoord met Israël. Dit akkoord is de laatste jaren inzet geworden van een discussie over de wenselijkheid het aan te wenden als politiek drukmiddel zolang Israël doorgaat met schendingen van het internationale recht, van individuele politieke en sociale rechten van de Palestijnen, alsmede met het schenden van gemaakte afspraken. SP en GroenLinks geven in hun verkiezingsprogramma’s aan het opschorten van het Associatieakkoord als legitiem pressiemiddel te zien, bij schendingen van het internationaal recht en het voortbouwen in en van de nederzettingen. DePvdA en de Partij voor de Dieren hebben zich in het verleden geschaard achter parlementaire moties waarin werd opgeroepen tot de mogelijke opschorting van het Associatieakkoord met IsraëlD66 gaf in haar verkiezingsprogramma in 2010 aan het opschorten van het Associatieakkoord als een mogelijkheid te beschouwen bij voortgaande bouw in en van de nederzettingen. CDA en VVD hebben zich niet actief uitgelaten over mogelijkheden tot het opschorten van het Associatieakkoord, hoewel zij moties die hiertoe oproepen niet hebben ondersteund. ChristenUnie, SGP en PVV zijn tegenstander van een mogelijke opschorting, en geven juist aan mogelijkheden voor verdere verdieping van de relatie van Israël met de Europese Unie te zien.

Lees hier wat Een Ander Joods Geluid over deze stelling te zeggen heeft.

8. Israël dient te stoppen met de bouw en uitbreiding van nederzettingen in bezet gebied

De afgelopen jaren heeft Israël verder gebouwd in Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, ondanks herhaalde oproepen van de internationale gemeenschap om, op z’n minst, een bouwstop in te stellen. De internationale gemeenschap beschouwt alle nederzettingen als illegaal. Inmiddels is het aantal kolonisten op de Westelijke Jordaanoever en op de Golan Hoogten (voorheen Syrisch gebied) gegroeid tot meer dan 600.000 (inclusief Oost-Jeruzalem). De internationale gemeenschap ziet de ongeveer 225 nederzettingen als een van de belangrijkste obstakels om te komen tot een twee-statenoplossing. Bijna alle partijen geven aan dat Israël dient te stoppen met de bouw en uitbreiding van nederzettingen in bezet gebied, conform de Nederlandse stellingname hierover in de afgelopen jaren door opeenvolgende regeringen. Uitzonderingen hierop zijn de SGP, die de Westelijke Jordaanoever als ‘betwist gebied’ ziet en daarom geen belemmeringen ziet voor Israël om er te bouwen, en de PVV, die in haar verkiezingsprogramma zelfs een oproep doet aan de Nederlandse regering om de bouw ‘van Joodse dorpen in Judea en Samaria’ (de Bijbelse benaming voor de Westelijke Jordaanoever, en de gangbare term in Israël zelf) politiek te ondersteunen.

Lees hier wat Een Ander Joods Geluid over deze stelling te zeggen heeft.

9. Militair ingrijpen in Iran vanwege haar kernwapenprogramma is een optie

Het nucleaire programma van Iran is de afgelopen jaren een heet hangijzer geworden in de internationale politiek. De meningen zijn verdeeld over het stadium waarin het nucleaire programma van Iran zich bevindt, of het land überhaupt uit is op een kernwapen en welke stappen ertegen genomen moeten worden. De Nederlandse regering en de Nederlandse politiek hebben zich in principe uitgesproken voor sancties tegen Iran, hoewel de mate waarin en de reikwijdte van deze sancties onderwerp zijn van discussie. Over mogelijk militair ingrijpen in Iran vanwege haar kernwapenprogramma, al dan niet in navolging van een Israëlische aanval, zijn de meningen echter ernstig verdeeld. Een motie in november 2011, ingediend door Tweede Kamerleden Van Bommel (SP) en Peters (GroenLinks), waarin werd gesteld dat er op dat moment geen volkenrechtelijke legitimatie was voor een militaire actie tegen Iran, werd ondersteund door de SP, Partij voor de Dieren, GroenLinks, PvdA en D66CDA en VVD laten zich niet uit over een mogelijke militaire actie tegen Iran, terwijl de ChristenUnie, SGP en PVV middels een motie in diezelfde periode de mogelijkheid openlieten voor een militaire actie in het kader van een veiligheidsgarantie voor Israël door de NAVO. De SGP benadrukt in haar verkiezingsprogramma daarnaast dat een militaire actie tegen Iran niet dient te worden uitgesloten, terwijl de PVV meerdere malen in de Tweede Kamer hiervoor heeft gepleit.

Lees hier wat Een Ander Joods Geluid over deze stelling te zeggen heeft.

Lees hier de teksten uit de verschillende verkiezingsprogramma’s 2012 over Israël, Palestina en het Israëlisch-Palestijnse conflict.