logo

'Nooit eerder zag ik zoveel haat en agressie'

05-08-2014 13:53

Door Maaike, werkzaam voor o.a. Stichting COME (www.stichting-come.nl), dat 10-daagse ontmoetingsseminars organiseert voor Israëlische en Palestijnse jongeren. Dit artikel is op 5 augustus gepubliceerd in dagblad Trouw.

'Nooit eerder zag ik zoveel haat en agressie'

In het oplaaiende geweld tussen Israël en Hamas spreken veel Nederlanders hun steun uit voor Israël. Online, op de opiniepagina's en tijdens demonstraties. Maar welk Israël steunen zij? Het Israël dat steeds openlijker haar racisme uit? Of het Israël dat zoekt naar co-existentie, maar dat steeds verder in de verdrukking komt?

Ik ben geboren en opgegroeid in Israël, woonde lange tijd in Nederland, en na diverse periodes in Arabische landen gewoond te hebben, verblijf ik nu al bijna twee jaar in Noord-Israël. De afgelopen maanden heb ik het klimaat in het land zien veranderen. Nog nooit eerder zag ik zo veel haat en agressie om mij heen. Haat die zich richt op Palestijnse én linkse Israëli's.

Ik spreek Hebreeuws en Arabisch en houd ervan om iedereen in de eigen taal aan te spreken, maar ik hoor steeds vaker dat Palestijnse Israëli's zich onveilig voelen om in het openbaar Arabisch te spreken. Er wordt opgeroepen om niet meer bij Palestijns-Israëlische winkels te kopen. Arabische restauranteigenaren hebben beduidend minder joodse klandizie. Een Palestijnse inwoner van Neve Shalom - Wahat al-Salam, een dorp waar joodse en Palestijnse Israëli’s in volledige getalsmatige balans samenwonen, zegt: “Voor de eerste keer in de 34 jaar dat ik in Neve Shalom woon, ben ik bang om het dorp te verlaten”.

In een artikel dat een paar weken geleden verscheen op een Israëlische website vertelt een lerares op een middelbare school hoe ze met haar leerlingen over de situatie wil praten. Al snel roepen de leerlingen door elkaar dat ‘we alle Arabieren moeten doden, omdat zij ons haten en ons ook willen doden. Het zijn geen mensen, het zijn beesten’. De leerlingen kijken haar met afschuw aan als zij beseffen dat de lerares misschien wel ‘smolanit’ (links) is.

De haat richt zich niet alleen op Israëlische Palestijnen. Radicale rechtse Israëli’s scanderen naast ‘dood aan Arabieren’, tegenwoordig ook ‘dood aan linkse Israëli’s’. Israëli’s die op internet hun mededogen uiten met de (jonge) burgerslachtoffers in Gaza, worden bedreigd door hun landgenoten. Na afloop van demonstraties tegen het geweld in Gaza, jagen groepjes radicale Israëli’s met stokken op de demonstranten en spuiten ze pepperspray in hun gezicht.

Door de verharding van de afgelopen jaren en de steeds verdere verwijdering tussen Palestijnen en Israëli's, lijkt het Israël van vandaag nauwelijks meer op het land waar ik geboren ben. Is er nog hoop voor de toekomst? Ik weet het niet, maar steeds vaker denk ik van niet. Gelukkig zie ik af en toe ook positieve dingen. Na afloop van de eindopvoering van Joodse en Palestijnse kinderen die drie weken lang hebben deelgenomen aan een tweetalig (Hebreeuws-Arabisch) zomerkamp dat jaarlijks wordt georganiseerd in het dorp Nes Ammim, spreek ik met een van de Joods-Israëlische vaders. Hij is ervan overtuigd dat dit de manier is om samen te leven: over elkaar leren, met elkaar samenwerken, elkaars taal horen en leren. Hij weet zeker dat zijn 10-jarig zoontje niet in het leger zal willen dienen en ook niet een van zijn broers aan het leger wil verliezen.

Het Israël, waarin je de buren vertrouwt en er hoop is op een gezamenlijke toekomst met wederzijds begrip staat onder druk. Als de zogenaamde supporters van Israël het belang van co-existentie steeds harder ontkennen, verdwijnt een oplossing achter de horizon. De mensen die Israël zeggen te steunen, bereiken dan uiteindelijk precies het tegenovergestelde. Juist nu de vreedzame tegengeluiden steeds minder hoorbaar zijn, verdienen die onze steun.