logo

Blog: Tienduizenden op het plein, twee in de militaire gevangenis

11-11-2014 15:40

In Oost-Jeruzalem is het oorlog. Er was al veel onrust sinds de moord op een Palestijnse jongen in juli 2014. De totaal onschuldige Mohammed Abu-Khdeir werd door rechts-extremisten mishandeld en levend verbrand als vergelding voor de moord op drie studenten van een jesjieve (joodse school) die 's nachts in bezet gebied liftend probeerden thuis te komen (deze drie waren ook onschuldig; ze beseften klaarblijkelijk niet hoezeer de Palestijnen de kolonisten haten). De laatste weken gooiden rechts-extremisten waaronder Knesset-leden die lid zijn van regeringspartijen olie op het vuur door provocaties op de Tempelberg. Hun doel: de status quo veranderen - waarbij sommigen zeggen openlijk de joodse tempel te willen herbouwen op het terrein waar zich nu de Al-Aqsa Moskee bevindt. De rechtse extremist Yehuda Glick, op wie eind oktober een aanslag werd gepleegd, is een voorman van deze groep.

In Kafr Kana (in Galilea in het noorden van Israël) is afgelopen zaterdag een agressieve jongere, die politieagenten in een politieauto met een mes bedreigde, in de rug geschoten toen hij wegrende nadat de agenten waren uitgestapt. Zelfverdediging zei de politie, maar de videobeelden van de politie zelf lieten de ware toedracht zien. Deze week is het ook daar oorlog.

In Tel Aviv waren op de avond van het Kafr Kana-gebeuren zo'n 40.000 goedwillende Israëli’s bijeen, demonstrerend tegen geweld en voor democratie. Het kersverse drama in een Arabisch dorp drong daar niet door. Het was binnen acht dagen tijd de tweede herdenking van de moord op premier Yitzhak Rabin, 19 jaar geleden. De perikelen in Jeruzalem werden genoemd, en ook het recht om van mening te verschillen, wat gedurende de Gaza-oorlog niet vanzelfsprekend was. Het leidde echter niet tot een concrete eis aan de regering om hun hatelijke politiek te wijzigen.

Een week eerder, tijdens de eerste Rabin-herdenking, stond Rabin's politieke doel centraal. Yuval Rabin, zijn zoon, en de 91-jarige ex-president Shimon Peres spraken over de noodzaak van een vredesverdrag met de Palestijnen en de Arabische landen, waarzonder er geen toekomst is. Tienduizenden waren gekomen om dit te horen.

Ook deze week: een demonstratie tegen de gevangenschap, zonder eind in zicht, van twee dienstweigeraars, bijgewoond door een zeer exclusief - oftewel klein - gezelschap. Bij gebrek aan een krachtige massale beweging voor verandering van de politiek nemen twee jongens het op zich om een luid ‘nee’ te laten horen tegen het vervullen van hun dienstplicht in een bezettingsleger. Uriel Ferrera zit nu al meer dan negen maanden in de militaire gevangenis. Udi Segal probeerde met een hongerstaking een snellere procedure af te dwingen maar gaf het op na bijna een hele week isoleercel, zonder boeken of schrijfmateriaal, en na gedwongen te zijn voortdurend met zijn handen op zijn knieën te zitten.

Een lichtpuntje: de Israëlische brief aan Europese parlementsleden om vooral wél de Palestijnse staat te erkennen verwerft veel steun. Er zijn al 660 ondertekenaars, waaronder een groot aantal bekende Israëli’s van wie je het niet zozeer zou verwachten.

Misschien is het geen toeval dat juist zo'n actie de deuren opent. Er is nu eenmaal meer hoop onder Israëlische vredesactivisten om de buitenwereld te overtuigen dan om hier in Israël een doorslaggevend verschil te maken.

Maar wie weet kan de interactie met een Europa dat het voortouw neemt ertoe leiden dat ook hier de vredesbeweging zelfbewuster wordt.

Beate Zilversmidt, in 1983 medeoprichtster van de Joods-Palestijnse Dialoog, woont sinds 1987 in Holon, Israël, waar zij actief is in de vredesorganisatie Gush Shalom.