logo

Blog: Rabin, geschiedenis, realiteit en toekomst

03-11-2015 08:49

Ik ben in Israël om het 11-daagse dialoogseminar dat ik jaarlijks organiseer voor Stichting COME te evalueren met de zes Israëlische en Palestijnse facilitatoren. Samen hebben we afgelopen september het seminar georganiseerd en begeleid. Drie groepen nemen deel aan het seminar: joodse Israëli’s, ’67 Palestijnen (uit de bezette gebieden) en ’48 Palestijnen (wonend in Israël). We hebben twee dagen vergaderd in Yaffa. Een van de twee Palestijnse begeleiders wist pas op het laatste nippertje dat hij kon komen: hij had geen vergunning om naar Israël te gaan, maar hij hoorde op het laatste moment dat alle christenen via hun kerk een visum voor drie maanden krijgen, met de naderende kerst als reden. Volgens hem is de reden van economische aard: stimulans om de kerstinkopen in de shoppingmalls van Jeruzalem te doen.

Het voelt goed dat we in deze gespannen tijd toch met Palestijnen en Israëli’s samen zijn gekomen. Allemaal vertellen ze echter dat hun moeders heel bezorgd waren: “ga niet met de trein, maar neem de auto”, “blijf binnen zitten in plaats van buiten rond te lopen op zoek naar een restaurant”. De ’67 Palestijnse moeder vond het gevaarlijk voor haar zoon om naar Israël te gaan, maar ze waarschuwde ook dat het voor de joodse Israëli’s niet veilig zou zijn om met Palestijnen gezien te worden.

We dineerden in een leuk Israëlisch restaurantje op de vlooienmarkt in Yaffa. Ik vroeg de Palestijnen wat zij voelen: de architectuur is overal Arabisch, maar de joods Israëlische sfeer voert hier toch duidelijk de boventoon. Samar uit Haifa, die bij de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Mossawa werkt, zegt dat ze er niks bij voelt. “Ik wil niet in het verleden leven en in de geschiedenis blijven hangen, maar juist naar de toekomst kijken. Anders zou ik hier niet kunnen blijven wonen.”

Ik werd weer geconfronteerd met verleden en toekomst toen ik zaterdagavond tussen bijna honderduizend anderen op het Rabin-plein in Tel Aviv stond. De moord op Yitzhak Rabin 20 jaar geleden werd herdacht. Een indrukwekkende bijeenkomst... Bill Clinton was een van de sprekers. Over Rabin zei hij dat hij “ook in aanwezigheid van geweld weigerde om te stoppen in vrede te geloven”. Een les die hij van Rabin had geleerd, was om elke ochtend weer te kiezen voor hoop in plaats van angst. Het langste applaus klonk toen hij de belangrijkste les van Rabin noemde, namelijk dat je (en hij sprak specifiek de aanwezige Israëli’s aan) “de kinderen van je buren ook een kans moet geven”.

Om de politiek te ontvluchten, slaap ik een nachtje bij de zee. De eigenaresse van mijn onderkomen raadt me aan om in de haven van Caesarea te gaan eten. Mooie plek, volgens haar, met leuke restaurants. Als ik aan kom rijden, zie ik een minaret van een moskee. En bij nader inzien zijn de gebouwen ook allemaal in Arabisch Ottomaanse stijl. De bar in het restaurant heeft van die typische bogen. Ik hoor Arabisch en Hebreeuws om mij heen. Waar je hier ook komt... de geschiedenis is overal. Ik open iNakba, een app van de Israëlische NGO Zochrot, waarin elk verwoest Palestijns dorp staat beschreven. En inderdaad... het Palestijnse dorp Qisarya lag hier in een baai, met in 1948 1110 inwoners. Volgens de Israëlische historicus Benny Morris was Qisarya “de eerste vooraf geplande en georganiseerde verdrijving van een Arabische gemeenschap door de Haganah in 1948”. Op 15 februari werd het dorp door een divisie van de Palmach ingenomen. De bewoners moesten vluchten of werden verzocht weg te gaan. Een twintigtal bewoners bleef echter, waarna het besluit werd genomen om de huizen te vernietigen. Volgens Morris was Yitzhak Rabin, de verantwoordelijke Palmach-officier, tegen het besluit om de huizen te laten exploderen. Het grootste deel is echter wel vernietigd, en wat overbleef is opgegaan in het nationale park Caesarea. De app meldt ook nog dat de moskee is veranderd in een bar.

Het meisje in de bediening vraagt mij (als ik wel in het Hebreeuws praat met haar, maar de menukaart in het Engels wil hebben): “me’efo alit?” Letterlijk: 'van waar ben je omhoog gekomen?', bedoelend: ‘vanuit welk land ben je naar Israël geëmigreerd?' Tja... mocht ik een jodin zijn, dan zou ik het recht hebben om hier te gaan wonen, maar de Palestijnse inwoners van Qisarya kunnen niet terug. Bizar hoe je in dit land niet kan ontkomen aan de geschiedenis.

Als ik weg ga en nog een rondje loop, zie ik pas dat ik in de moskee heb gegeten.

Maaike Hoffer werkt als freelancer voor o.a. Een Ander Joods Geluid en Stichting COME, waarvoor zij regelmatig in Israël en Palestina is.