logo

BDS en etikettering in Den Haag - een update

13-10-2016 12:56
BDS

Een vast terugkerend thema in de vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken is de BDS en de etikettering van Israëlische producten. Wat is er sinds afgelopen zomer gebeurd?

Op donderdag 9 juni 2016 behaalden de politieke partijen in de Kamer die tegen de Israëlische bezetting zijn van Palestijns gebied een overwinning. Na bijna een jaar steggelen werd de Europese richtlijn over het etiketteren van Israëlische producten definitief politiek afgehandeld. Er moet op een product uit Israël of Palestina dat in Nederland wordt geïmporteerd, duidelijk te lezen zijn waar het vandaan komt. Met andere woorden: of het afkomstig is uit Israël zelf, uit een nederzetting op bezet gebied, dan wel afkomstig van een Palestijnse producent. De rechtse partijen VVD, SGP, CU, PVV en de PVV-afsplitsing groep Bontes/Van Klaveren probeerden met moties tegen te houden dat de etikettering wordt gehandhaafd, maar die haalden het niet. De regel is nu dat importeurs zich hier gewoon aan moeten houden en dat de Voedsel- en Warenautoriteit de etiketteringsmaatregelen moet handhaven.

Er gebeurde echter ook iets anders. In het verlengde van de etikettering werd ook uitgebreid gesproken over BDS, de oproep tot Boycot, Desinvestering en Sancties tegen Israël. De internationale Boycot-, Desinvesterings- en Sanctiebeweging bestaat uit een zeer brede coalitie van organisaties die menen dat (een vorm van) BDS een goede strategie is om tegen de bezetting te strijden en er aandacht voor te vragen. Wij schreven er in juni een factsheet 'Recente ontwikkelingen rondom BDS' over.

Sommige van deze (Nederlandse, Palestijnse of Israëlische) organisaties ontvangen direct of indirect subsidie van de Nederlandse overheid. Een motie van SGP-fractievoorzitter Kees van der Staaij, die Nederland opriep om de subsidie stop te zetten aan organisaties die oproepen tot BDS, werd aangehouden en twee dagen later aangenomen. Dit gebeurde met de stemmen van bovenstaande partijen, plus het CDA. Het CDA was in de dagen tussen het overleg van de vaste Kamercommissie en deze stemming namelijk stevig onder druk gezet door de bekende tegenstanders van BDS als de Christenen voor Israël.

Vervolgens was het wachten op een zogenoemde Kamerbrief van minister Bert Koenders, waarin hij zou uitleggen of en hoe hij de motie zou gaan uitvoeren. Deze brief verscheen aan de vooravond van het reces, op 7 juli. Minister Koenders en zijn collega minister Ploumen schreven dat het kabinet geen ‘activiteiten financiert die BDS tegen Israël propageren’. Tevens wezen ze er nog maar eens op dat oproepen tot BDS een uiting van vrije meningsuiting is, en door de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting wordt beschermd. U vindt de hele tekst hier.

Dit was niet naar de zin van de Kamer. Partijen besloten vragen te stellen aan de ministers. Er werden op 15 september 70 Kamervragen ingediend over de uitvoering van de motie. Sommige vragen gingen over Nederlandse organisaties, andere over Palestijnse en Israëlische organisaties en over het Human Rights and International Humanitarian Law Sekretariat, de organisatie in Palestina die namens onder andere Nederland, Denemarken en Zweden geld verdeelt over Palestijnse en Israëlische projecten. Sommige vragenstellers vroegen zich af hoe de minister deze organisaties zou ‘aanpakken’, andere hoe hij deze organisaties zou beschermen. Alle ingediende vragen vindt u hier. De antwoorden van minister Koenders zijn nog niet binnen.

Wat betekent dit nu?
De vragen naar aanleiding van de motie Van der Staaij geven goed weer in welke richting het debat over Israël en Palestina zich begeeft. Nu de etiketteringskwestie afgehandeld is, verschuift het politieke activisme van de rechtse partijen en de ‘Judea en Samaria’-lobby naar het zoveel mogelijk tegengaan van BDS. Dit gebeurt op verschillende manieren, via een omweg. Kees van der Staaij heeft in juni 2016 nog aan de minister gevraagd of hij BDS-activisten die in Nederland actie voerden, kon laten arresteren. Dat kan niet. Pogingen om BDS te criminaliseren lopen tot dusver spaak, aangezien demonstreren en actievoeren in Nederland wordt beschermd door de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering.

Daarom is nu gekozen voor de omweg van de subsidies. Nederland geeft uit allerlei potjes directe en indirecte subsidies aan organisaties die iets doen met BDS, daarvoor strijden of zich in elk geval er niet tegen hebben uitgesproken. De motie is een opmaat voor een gevecht om de subsidiekraan voor pro-Palestijnse organisaties waar mogelijk dicht te draaien, dan wel organisaties die gelieerd zijn aan organisaties die voorstander zijn van BDS.

De eerste gelegenheid die zich hiervoor gaat voordoen is de begroting 2017 van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Deze wordt 22 tot en met 24 november in de Tweede Kamer besproken. Partijen kunnen amendementen en moties indienen en zij zullen dit ook doen.