logo

Filmtip: Junction 48

16-11-2016 12:03

Met hoge verwachtingen ging ik naar de film Junction 48 die tijdens het Leiden International Film Festival draaide. Een Palestijnse vriendin in Haifa had mij de film aangeraden omdat “hij van alle films en documentaires die ik heb gezien het beste de situatie van Palestijnse inwoners in Israël weergeeft”. Reden voor mij om naar Leiden af te reizen voor de vertoning. En de verwachtingen werden waargemaakt.

Junction 48 is op het eerste gezicht het romantische verhaal over de Palestijnse hiphopartiest Kareem (gespeeld door Tamer Nafar, een bekende Palestijnse hiphopper in Israël) en de Palestijnse zangeres Manar (beiden uit Lod) die via muziek vertellen over hun situatie en liefde. De film is geregisseerd door de Israëlische regisseur Udi Aloni en mede geschreven door Tamer Nafar.

Dit klinkt zoet. En de film begint inderdaad ook zoet, zo zeer dat ik mij afvraag waarom ik deze film aangeraden heb gekregen. Maar langzamerhand krijgt de kijker een uitgebreid beeld van de moeilijkheden en problemen waar Palestijnse jongeren binnen Israël mee te maken krijgen.

Aan de ene kant is er de collectieve en traditionele Palestijns-Arabische maatschappij. Manar mag van haar ooms eigenlijk niet in het openbaar zingen, en Manar en Kareem kunnen niet echt een intieme relatie hebben.

Aan de andere kant leert de kijker meer en meer over de sociale problemen. Lod is een arme stad, waar joodse en Palestijnse Israëli’s samen maar gescheiden van elkaar wonen. Drugsgebruik en drugshandel is een groot probleem onder met name Palestijnse jongeren. Daarnaast is het moeilijk om een (leuke) baan te vinden.

Dan is er nog de politieke laag. Het huis van de ouders van een vriend van Kareem wordt bedreigd met sloop door de Israëlische autoriteiten. Rechtszaken en andere protesten helpen niet en het huis wordt gesloopt. Wanneer Kareem in Tel Aviv mag optreden in een club krijgt hij te maken met discriminatie, racisme en stereotype beelden van Israëli’s ten opzichte van Arabieren. Het publiek is echter laaiend enthousiast over hun hiphopmuziek, ook al zijn de teksten in het Arabisch en weten ze niet hoe politiek gekleurd die zijn.

Kareem en Manar willen ook het gewone leven van normale verliefde jongeren leiden. In songteksten kunnen zij hun gevoelens uiten en het leven een waas van normaliteit meegeven. Via hun muziek proberen zij niet alleen te strijden tegen de Israëlische restricties en discriminatie, maar ook tegen het geweld binnen hun conservatieve en patriarchale maatschappij die net zo goed een bedreiging is voor hun wens een onafhankelijk leven te leiden.

Op een knappe manier wordt een goed verhaal gecombineerd met kunst en met een politieke en maatschappelijke boodschap. Ik ben dan ook niet verbaasd als mijn vriendin vertelt dat de gemeente Karmiel, een joodse stad in het noorden van Israël, op aandringen van een gemeenteraadslid van Het Joodse Huis een vertoning van de film in de stad verbiedt (‘Israeli City Bars Screening of Film About Israeli-Arab Coexistence’). Het raadslid legt uit dat Karmiel in een door Joden en Arabieren gedeelde regio ligt waar het niet nodig is om onnodige spanningen te creëren. Ik zou het raadslid aanraden om de film eerst eens te kijken, want er wordt ook vanuit verschillende perspectieven een realistisch beeld naar voren gebracht.