logo

Interview met Samira: Palestijnse met een Joodse vriendin

Ze stelt zich in hakkelend Engels voor: “hallo, ik ben Samira, ik ben 40 jaar en ik werk als verpleegster.” Dat klinkt in eerste instantie als iemand met een normaal leven. In haar vrije tijd komt Samira op voor internationale mensenrechten. “Als Israëlisch-Palestijnse voelt dat als iets wat ik moet doen.” Ze sprak de afgelopen weken verschillende mensenrechtenorganisaties in Europa om het Israël-Palestinaconflict weer onder de aandacht te brengen. “Met het feit dat ik lesbisch ben en in Tel Aviv samenwoon met een Joods-Israëlische, krijg ik de aandacht wel”, zegt Samira. Marlijn de Jager van Een Ander Joods Geluid merkte haar ook op en stelde Samira een aantal vragen.

Romeo & Julia
“Ik noem mijn vriendin even Hana. Voorheen gebruikte ik altijd haar echte naam, maar haar familie en collega’s begrijpen ons niet. Onze relatie doet heel wat stof opwaaien. Enerzijds omdat ze een relatie heeft met een Palestijnse vrouw (en geen Joods-Israëlische man) en anderzijds omdat ik vijftien jaar ouder ben. Overigens had ik zelf ook nooit verwacht met een Joods-Israëlische vriendin samen te gaan wonen.”

Dialoog
“Ik groeide op in Haifa, waar ik als kind met Palestijnse én Joodse buurkinderen speelde. Maar waar het al wel duidelijk was dat de Joods-Israëlische kinderen meer waard waren dan de Palestijnse. Dat minderwaardigheidsgevoel bleef ik houden, tot de dag van vandaag. Als ik mijn telefoon in het Arabisch oppak, word ik door mijn Joods-Israëlische stadsgenoten kritisch aangekeken. Het woord ‘terreurdreiging’ is me niet vreemd. Ik schijn daar iets mee te maken te hebben. Wat ik vreemd vind, want op andere vlakken is Tel Aviv behoorlijk vooruitstrevend. Het feit dat ik lesbisch ben, hoef ik niet meer onder stoelen of banken te steken. Ik mag er als lesbische zijn. Als Palestijnse alleen nog niet. In 2014 bezocht ik een congres voor homoseksuelen en lesbiennes. Er vonden debatten en dialogen plaats over seksuele geaardheid. Ondertussen werd Gaza platgebombardeerd en ook dat werd ruimschoots besproken. Wat me verbaasde, want ik ben gewend dat men niet over Gaza praat. Toch kwam het aan de orde, met name in hoeverre een conflict invloed op je geaardheid heeft. Ik kon me toen slecht concentreren, want ik maakte me zorgen over mijn familie in Gaza en was snel afgeleid. Toch dwong ik mezelf mee te doen met één van de dialogen.”

Verboden liefde
“Zo kwam ik oog in oog te staan met Hana. Ik vond haar direct beeldschoon, maar ik mocht haar niet. Ze zat in het leger en droeg naar mijns inziens bij aan het ruïneren van mijn identiteit. Zij had nooit eerder een Palestijnse gesproken en ze brandde van nieuwsgierigheid. Gek genoeg hadden we maar een half uur nodig om erachter te komen dat we een klik hadden. We vertrouwden elkaar voor geen meter, maar we wilden wel meer van elkaar weten. We zetten de dialoogsessie voort tot in de late uurtjes en besloten eens een keer iets met elkaar te gaan drinken. Toen ik mijn zus op de Westbank vertelde dat ik een date had met een Israëlische soldaat, heeft ze me maanden niet aangekeken. Ik durfde het mijn andere familieleden in eerste instantie niet te vertellen, maar uiteindelijk komt toch de aap uit de mouw. Mijn familie heeft er inmiddels vrede mee, al hadden ze liever gezien dat ik keurig op mijn twintigste trouwde met een Palestijnse man. In plaats daarvan woon ik alweer een jaar samen met een veel jongere Israëlische.”

Praten
“Het is voor ons allebei niet makkelijk om een relatie met de ‘verkeerde partij’ te hebben. We worden continu op de zogenaamde feiten gedrukt. We handelen voorzichtig, maar we denken er niet over ons te laten vertellen wat we hadden moeten doen. We vullen elkaar aan en we luisteren naar elkaar. We zijn ook veel gaan reizen, omdat we ons in het buitenland veiliger voelen. We krijgen veel steun van buitenlandse vrienden. We zitten allebei in hetzelfde schuitje, we weten allebei wat een trauma met jou en je omgeving doet. En we hebben allebei geleerd dat een dialoog de wereld verandert. Onze werelden in elk geval wel. Het antwoord is eigenlijk zo simpel. We moeten met elkaar praten, in plaats van elkaar continu te beoordelen. Vooral de jongere generaties kunnen verschil maken. Dat weet ik zeker.”