logo

BDS: Palestijns antwoord op Israëlische onderdrukking

09-01-2017 10:20
BDS

Door Jaap Hamburger, voorzitter van Een Ander Joods Geluid. Dit artikel is gepubliceerd in het VredesMagazine Jaargang 10 nummer 1, 1e kwartaal 2017.

Door middel van Boycot, Desinvestering en Sancties Israël dwingen de bezetting van Palestina te beëindigen en de rechten van de Palestijnen te respecteren. Dat is de doelstelling van de Palestijnse BDS-beweging en haar internationale pleitbezorgers. Israël schildert de beweging af als gewelddadig en antisemitisch. Ten onrechte: BDS is geweldloos en geworteld in het internationaal recht.

Voor degenen die zich, vanuit welk deel van het politieke spectrum dan ook, bezighouden met de bezetting van Palestina door Israël, staat buiten kijf dat Israël die bezetting nooit meer eigener beweging zal opheffen. Een soevereine, volwaardige Palestijnse staat – lees: een territoriaal aaneengesloten, economisch levensvatbaar en politiek onafhankelijk Palestina – komt er niet, als het aan Israël ligt. Hoewel het in woord een vergelijk met de Palestijnen nastreeft, voert Israël in de praktijk een eigen agenda uit, waarvan de belangrijkste elementen zijn: het bevorderen van de vestiging van de eigen joodse bevolking in bezet Palestina; het bemoeilijken en ontmoedigen van het leven van de Palestijnen in Palestina; en het afhouden van pogingen van derden (de VS, Europa) om de partijen bij elkaar te brengen.

Deze drievoudige strategie wordt propagandistisch begeleid door de Palestijnen weg te zetten als zouden zij geen serieuze onderhandelingspartners zijn voor de altijd goedwillende Israëli’s. Politiek/diplomatiek wordt de strategie ondersteund door elk initiatief van Palestijnse kant af te schilderen als ‘eenzijdig’, en door zo veel mogelijk te verhinderen dat Palestina zich bij internationale organisaties kan aansluiten.

Het Israëlische einddoel is om het grootste deel van de bezette Westelijke Jordaanoever ook formeel te annexeren, zoals in 1967 al is gebeurd met Oost-Jeruzalem. Die annexatie wordt door geen enkel land ter wereld erkend; illustratief is dat geen land zijn ambassade in Jeruzalem heeft gevestigd.

Als Israël werkelijk uit zou zijn op een oplossing van het conflict met de Palestijnen, zou die oplossing allang in kannen en kruiken zijn. Als veruit machtigste partij in het conflict heeft het daartoe kans na kans gehad, en onbenut gelaten, meestal door onverhoeds nieuwe eisen aan de Palestijnen te stellen, zoals bijvoorbeeld de eis dat de Palestijnen Israël als ‘joodse staat’ dienen te erkennen.

Op weg naar een Groot-Israël
Van enig ‘vredesproces’ is allang geen sprake meer. Israël praktiseert een ‘management of conflict’-strategie, inclusief het van tijd tot tijd ‘maaien van het gras’ in Gaza, zoals Israëlische generaals de bloedige militaire campagnes daar cynisch betitelen, tot het moment dat Israël de annexatie van de Westelijke Jordaanoever kan doorzetten. Dat met dit Groot-Israël ook formeel een Apartheidsterritoir wordt gecreëerd, aangezien de bewoners voor de wet niet dezelfde rechten en plichten hebben, lijkt wel het laatste punt van zorg voor de huidige Israëlische politici. In hun ogen wordt dit ‘probleem’ ondervangen door een aantal versnipperde enclaves aan de Palestijnen te laten en die ‘zelfbestuur’ toe te kennen. Palestijnen die dat willen, kunnen zich in de enclaves vestigen of naar het buitenland vertrekken, en willen zij geen van beide, dan kiezen zij kennelijk zelf voor een leven in Groot-Israël, met bijbehorende burgerlijke derderangs status. Gevraagd hoe de Palestijnen hun ‘staat’ – de niet-aaneengesloten snippers land – zouden moeten noemen, antwoordde de Israëlische premier Netanyahu dat hem dat niet kon schelen. “Al noemen ze het Broccoli.”

De Amerikanen en Europeanen zien het met de gebruikelijke passiviteit aan. Tot op de dag van vandaag maken zij zichzelf wijs dat Israël door het gedurig te aaien en te paaien – en vooral niet door maatregelen die pijn zouden doen – tot inzicht en politieke inschikkelijkheid kan worden gebracht. Nu in de VS binnenkort Obama wordt afgelost, komt daar een regering aan de macht die Israël actief zal sterken in zijn resolute weigering om de legitieme individuele en collectieve rechten van de Palestijnen in bezet Palestina te erkennen. De nieuw aan te treden president heeft door een adviseur al laten verklaren dat de ‘joodse nederzettingen’ in Palestina geen obstakel voor ‘vrede’ zijn. Zelf heeft hij voor de verkiezingen opgemerkt dat een van zijn eerste beleidsdaden zal zijn de Amerikaanse ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem te verplaatsen. Beide schuiven decennialang beleid van de VS terzijde.

Heft in eigen hand: BDS
De Palestijnen beseften al jaren geleden dat er met mooie woorden, eindeloos geduld en uitgestoken hand voor hen hoegenaamd niets te halen viel. Er moest externe en concrete druk worden opgebouwd. In juli 2005 werd dit inzicht omgezet in een Palestijnse call for action, BDS geheten, Boycott, Divestment, Sanctions.

BDS is een politiek middel om Israël te dwingen de bezetting van Palestina te beëindigen. Het is een initiatief van het Palestijnse ‘maatschappelijk middenveld’, dat sinds 2007 wordt gecoördineerd door het Palestijnse Nationale Comité voor BDS. Het initiatief vertegenwoordigde ruim 170 Palestijnse organisaties, van politieke partijen, vakbonden en Volkscomité’s tot boerenorganisaties, de vrouwenbeweging en gehandicapten, uit drie richtingen: Palestijnen in Israël, Palestijnen levend onder de Israëlische bezetting in Palestina, en Palestijnen in de diaspora, met name de Palestijnse vluchtelingen.

In ‘BDS’ staat de B voor ‘boycot’, de D voor ‘desinvesteren’ en de S voor ‘sancties’. Het treffen van sancties is voorbehouden aan staten. De neiging bestaat om elke actie in het kader van BDS een ‘boycot van Israël’ of zelfs ‘van joden’ te noemen, vaak uit kwade trouw. ‘Maatschappelijk verantwoord ondernemen’, niet mee willen werken aan mensenrechtenschendingen, doet meer recht aan de feiten. Een voorbeeld is de bescheiden actie van het pensioenfonds PGGM/PFZW. Dat desinvesteerde 7,5 miljoen euro uit vijf Israëlische banken die middels hypotheekverschaffing structureel de nederzettingen steunden. Tegelijk heeft het fonds meer dan honderd miljoen euro belegd in tachtig Israëlische bedrijven. Geen ‘boycot van Israël’ dus, wél verantwoord ondernemen.

Israëlisch offensief
De Palestijnse oproep vond internationaal gehoor en leidde tot een toenemend aantal BDS-campagnes (voor een overzicht, zie www.bdsmovement.net en www.docP.nl). De Israëlische regering betitelt BDS als een ‘strategische bedreiging’ en is doende met hulp van een heimelijk opererende ‘interdepartementale taskforce’ en met steun van inlichtingendiensten een internationale misleidings- en desinformatiecampagne op te zetten om met juridische en publicitaire middelen BDS en zijn voorvechters in diskrediet te brengen. Zelfs Israëlische parlementaire commissies worden in het ongewisse gelaten over de precieze werkwijze van de taskforce, maar de propagandistische ‘boodschap’ die zij verspreidt is wél duidelijk. Welke boodschap is dat, en wat deugt er niet aan?

1.BDS is monolithisch. Wij allen zijn willoze werktuigen, gehoorzame slaven van Palestijnse extremisten en hebben zelf niets in de activistische melk te brokkelen. Nee, BDS stoelt op het uitgangspunt dat activisten en aanhangers kunnen en mogen handelen naar de geldende omstandigheden en mogelijkheden, en het aanwezige maatschappelijke en politieke draagvlak. Een joodse organisatie in Nederland als Een Ander Joods Geluid is volkomen vrij een invulling aan BDS te geven die past bij de Nederlandse omstandigheden. Een Amerikaans-joodse organisaties kiest wellicht een andere strategie.

2. BDS heeft het uitsluitend gemunt op Israël en is ‘dus eenzijdig’.
Inderdaad, de BDS-campagne keert zich tegen Israël, nauwkeuriger geformuleerd, tegen de Israëlische politiek tegenover de Palestijnen, als middel om een doel te bereiken. Maar als ‘modus operandi’ is BDS allerminst beperkt tot de Israëlische politiek, maar bijvoorbeeld ook aangewend tegen het Zuid-Afrikaanse Apartheidsregime. Israël zelf praktiseert ook diverse vormen van uitsluiting en BDS tegenover haar onwelgevallige opponenten, zie punt 9 hieronder.

3. BDS is erop uit het bestaan van de staat Israël te delegitimeren en die staat te vernietigen.
Nee. Nog afgezien van de absurde premisse dat BDS als burgeractie bij machte zou zijn een eind te maken aan het bestaan van de staat Israël, heeft BDS drie duidelijk bepaalde, en geheel in het internationaal recht wortelende politieke doelen, die draaien om vrijheid (‘einde aan de bezetting’), gelijkheid (‘gelijke rechten voor Palestijnen en joden binnen Israël’) en erkenning van het recht van terugkeer voor Palestijnen.

Deze doelen houden de facto ten volle rekening met het bestaan van de staat Israël, en ook de logica vereist dat. Het is immers niet mogelijk ander beleid te verlangen van een staat als terzelfdertijd het bestaan van die staat wordt ontkend. Als de verlangde doelen eenmaal volledig zijn gerealiseerd, betekent dat niet het einde van de staat Israël, maar het einde van de BDS-beweging.

4. Voorts: BDS is niet gericht tegen (het bestaan van) de staat Israël, maar tegen het beleid van die staat, tegen de wrede, moreel verachtelijke en overbodige bezetting van Palestina en tegen het ontzeggen van rechten aan Palestijnen in Israël en Palestina.

5. Gevolg is dat BDS personen, bedrijven en instellingen op de korrel neemt – al dan niet Israëlisch – die profijt trekken uit de bezetting, dan wel die de bezetting helpen faciliteren, verankeren of uitbreiden. Daarom is en wordt actie gevoerd tegen bijvoorbeeld het Amerikaanse Caterpillar, het Franse Veolia, het Brits-Deense G4S, het al genoemde PGGM-pensioenfonds, het ingenieursbureau HasKoning en kraanverhuurbedrijf Riwal.

6. De BDS-beweging is gewelddadig en uit op ‘oorlogvoering met andere middelen’.
Nee, BDS is niet gewelddadig. De beweging schuwt niet het inzetten van publicitaire, economische en politieke drukmiddelen, of welk middel ook maar effectief kan blijken, maar fysiek geweld maakt geen deel uit van het BDS-instrumentarium.

7. BDS schaadt Palestijnen, het gaat tegen hun belangen in.
Inderdaad kan de campagne op korte termijn ingaan tegen belangen van individuele Palestijnen, of zelfs van categorieën Palestijnen, die hierover overigens zelf het laatste woord behoren te hebben. De schaal echter waarop Israël de Palestijnen en hun individuele en nationale belangen schade berokkent, door landroof, door de bouw van de ‘Muur’ en door de vernedering en onderdrukking waarmee de bezetting intrinsiek gepaard gaat, doet alle schade die BDS aanricht verbleken. BDS is er juist op gericht een einde te maken aan het grotere kwaad.

8. De BDS-beweging is antisemitisch van oorsprong en opzet, en zowel gericht tegen ‘de joodse staat’ als tegen joden.
Dit ‘ultieme argument’ verwart welbewust maar op ongeloofwaardige wijze kritiek op het beleid van de staat Israël met haat tegen joden.

9. Israël zelf praktiseert verschillende vormen van BDS tegen zijn opponenten.
Israël was fanatiek verdediger van de sancties tegen Irak en Iran. De blokkade van Gaza is een ander voorbeeld van BDS-activisme van Israël. Anders dan de Palestijnse BDS-campagne is die blokkade een ernstige en niet-aflatende schending van het internationaal recht. Israël saboteert onder meer de kustvisserij en onthoudt Gaza daarmee een bron van eiwitvoorziening. Op de Westelijke Jordaanoever sluit het herhaaldelijk en willekeurig Palestijnse onderwijsinstellingen en vernielt het moedwillig bedrijven en woningen. Vernielen gaat verder dan ‘desinvesteren’. Het regime dat Israël heeft opgezet om de beweging van personen en goederen in Palestina te controleren en naar believen te belemmeren komt neer op een boycot- en sanctiesysteem. Israël heeft daarom moreel gesproken niet het geringste recht van klagen over de hiermee vergeleken bescheiden acties in het kader van de tegen de bezetting gerichte BDS-campagne.

10. Anders dan de gebruikelijke wijsheid luidt, dient BDS een win-win situatie. Nu de bezetting door haar duur als illegaal mag gelden, en voor Palestijnen individueel en als volk een vorm van ‘marteling’ betekent, en aangezien de bezetting bovendien Israëls maatschappelijke en politieke systeem tenminste in moreel opzicht grote schade berokkent en het aanzien van het land gedurig devalueert, zou beëindiging van de bezetting, en het verschaffen van gelijke burgerrechten aan Palestijnen, een zegen zijn voor het Palestijnse volk, maar niet minder voor Israël. Tegenstanders van BDS in en buiten Israël veroorzaken daarom omvangrijke schade aan de belangen van Palestijnen en Israëli’s, en aan de geloofwaardigheid van de internationale rechtsorde. 

Conclusie
Ik acht BDS op grond van het vorenstaande van een volstrekt ander moreel gehalte dan de Israëlische bezetting. BDS propageert geen geweld; de bezetting kan niet buiten geweld. BDS wil recht in de plaats stellen van macht; de bezetting stoelt op macht boven recht. BDS heeft als einddoel vrijheid en gelijkheid voor de Palestijnen; de bezetting heeft als einddoel annexatie van Palestijns gebied, permanente onderschikking en geleidelijke verdrijving van Palestijnen.

BDS geeft uitdrukking aan het verlangen dat in Israël de rede zal zegevieren over de zucht naar land en de angst voor de ander, en dat de rechtsstaat de overhand behaalt op chauvinisme. BDS is een beweging van hoop en vertrouwen in de bereidheid van de Israëlische regering en Israëli’s om, met hulp van druk van buiten, de Palestijnen te gunnen wat voor Israëli’s een vanzelfsprekendheid is: een eigen onafhankelijke natie. Een tweestatenoplossing kan ook voor Israël een bevrijding zijn van de zware morele last die de bezetting op de samenleving legt, die de politiek domineert en die de Israëlische rechtsstaat ondermijnt. Democratie en bezetting zijn elkaar uitsluitende grootheden.

Tot besluit een citaat van de grote Amerikaans-joodse vredesbeweging Jewish Voice for Peace: “Het is de hoogste tijd voor de tegenstanders van BDS om bij zichzelf te rade te gaan. Bedenk: BDS is een weldoordacht antwoord op de gedragingen van Israël als bezetter. Met BDS doen Palestijnen en hun pleitbezorgers overal ter wereld een verregaand beroep op gerechtigheid. Niet op BDS moet de kritiek zich richten, maar veeleer op het beleid en de praktijken die BDS als tegenbeweging hebben voortgebracht.”