Een lezersbrief van Meijer ten Zijthoff in het Algemeen Dagblad van zaterdag 25 juli
Rudi was 18 jaar. Op 9 april 1943 liep hij van de trein een bos in. Diezelfde dag stierf hij in de gaskamers van Sobibor. Er is een foto van hem uit 1930, Zandvoort, strand, zon.
Siwar was 1 jaar oud. Op 29 juni 2026 trof een Israëlische aanval haar tent, bij Khan Younis. Een granaatscherfspleet het lichaam van haar moeder in tweeën en doodde het kind. Er is geen foto van Siwar op een strand, alleen een op een brancard.
Bij Rudi bestond nooit twijfel over het woord: uitroeiing. Bij Siwar is dat woord omstreden: oorlog volgens Israël, genocide volgens de VN. Die twijfel bestaat niet omdat de feiten onduidelijk zijn, maar omdat de macht om te benoemen wordt bevochten.
Ik schrijf met Joods bloed, via mijn grootvader Max, die zes kampen overleefde. Dat geeft mij geen alleenrecht op dit oordeel, wel de vrijheid het te zeggen.
Israël gebruikt de Shoah om het heden te duiden. Netanyahu noemde Natanz, Fordo en Isfahan naast Auschwitz, Treblinka, Majdanek en Sobibor. De aanval van Hamas op 7 oktober 2023 heet in Israël een nieuwe pogrom. Wie de Shoah zo gebruikt, kan niet eisen dat het heden buiten elke vergelijking blijft. Op de Shoah-kinderherdenking, 30 juli in Rotterdam, gaat het over Rudi. Zolang zijn regering kinderen als Siwar doodt onder diezelfde vlag, heeft de ambassadeur er niets te zoeken.
Meijer ten Zijthoff

